Saskia Kouwenberg
We leven in een tijd waarin sprake is van voelbare en concrete oorlogsvoorbereiding. Machtshebbers werken alom aan méér controle. Ik krijg steeds vaker het beeld dat we als lemmingen op een onontkoombare afgrond afstevenen. We hebben meer alternatieven nodig om deze gemanipuleerde oorlogsdreiging te keren. (V)rede zal niet vanzelf uit de lucht vallen.
Onweerlegbaar feit is dat er in het verleden veel oorlogen zijn gevoerd, dat er nu op dit moment verschrikkelijke oorlogen woeden en verwachten dat oorlogen van vandaag op morgen zullen verdwijnen is niet realistisch. Daarom moeten vredesbewegers – naast (directe) acties en kritische beschouwingen – zich richten op (experimentele) strategieën en ideeën die het oorlogsgeweld zouden kunnen verminderen.
In dit voorstel zoeken we naar concrete voorbeelden hoe we kunnen bijdragen aan méér vrede en minder oorlog door een gedeelte van het huidige budget van het Ministerie van Defensie anders – maar wel op gebied van defensie- kunnen besteden.
Voor vrede zijn veel definities verzonnen. Hier wordt de volgende gebruikt: Er is vrede als mensen erop vertrouwen dat als conflicten zich voordoen – en conflicten doen zich altijd voor – er constructief, coöperatief en geweldloos zal worden gewerkt aan uitkomsten die zo rechtvaardig en uitvoerbaar mogelijk zijn voor alle betrokkenen partijen.
Conflicten zullen in de komende tijd, door een rijk scala aan factoren, alleen maar toenemen. Privé, op werk, in de publieke ruimte, op groeps- en zeker ook op internationaal niveau. Met name ten gevolge van verschuivende machtsverhoudingen die momenteel van een mono- naar een multilaterale wereldorde toe bewegen, voeren stijgende internationale spanningen de boventoon. In Europa lijkt veruit de meerderheid van politici en met name het militaire bondgenootschap NAVO van mening dat een oorlog met De Vijand alleen kan worden voorkomen door een zo waanzinnig groot mogelijk militaire capaciteit op te bouwen. Maar zoals het verleden heeft getoond: dat zal vroeger of later tot een daadwerkelijke (desastreuze) oorlog gezien de aard van het huidige wapenarsenaal.
De vraag wordt met de dag urgenter of we op een constructievere, creatievere, geweldlozere manier om kunnen gaan met verschillen, geschillen, spanningen oftewel: conflicten. Een definitie van conflict is hier ook op haar plaats: Een conflict bestaat op het moment dat je meent – feit of fictie – dat wat de ander wil niet samen kan gaan met wat jij wilt. Dezelfde definitie geldt of je nu een individu, een groep, overheid of overkoepelende militaire organisatie bent.
Hoe zou het er ook kunnen?
Ergens in een kazerne in het Brabantse wordt een gedeelte van het geld van het Ministerie van Defensie anders besteed dan normaal. Op de jaarlijkse open dag mag je (bijna) overal een kijkje nemen. Op de ingangspoort staat: Vredeslaboratorium – Pacem para Pactum.
Op een kleurrijk bord aan de rechterkant van de toegangsweg wat meer uitleg: Het Ministerie van Defensie werkt hier i.s.m. Vredeslaboratorium aan geweldloze coöperatieve conflictoplossingen. Hier werken ongeveer 1500 mensen actief aan het ontwikkelen van praktische ideeën om méér vrede en minder oorlog te bewerkstelligen.
Je ziet meteen iets opmerkelijks: naast militairen in uniform lopen er veel medewerkers in burgerkleding rond. Aan de uniformen te zien, zijn er heel wat buitenlandse militairen. Aan de huidskleuren te zien werken hier een rijk scala aan mensen met verschillende etnische en culturele achtergronden.
Alle gebouwen hebben nog steeds zoals in elke kazerne elk een letter van het alfabet. Je bent vrij kriskras door de basis te struinen, maar hier volgt een bezoek aan, maar hier volgt een bezoek aan de gebouwen in volgorde van het alfabet.
In het belangrijkste experiment van de hele basis, in gebouw A, werken een zestigtal hoger opgeleide militairen uit zeventien landen. Ze hebben allemaal in de laatste vier decennia actief deelgenomen aan oorlogs- of ‘vredes’-missies. Ze werken samen met een dertigtal ‘alternatieve’ wapen- en gevechtsdeskundigen. Basisuitgangspunt: vermijden om met dodelijk geweld dodelijk geweld te stoppen.
Gezamenlijk brainstormen ze over met welke methoden militairen zo defensief en geweldloos mogelijk:
*) oorlogvoerende, strijdende partijen uit elkaar kunnen halen en hoe
*) potentieel strijdende partijen uit elkaar te houden.
De opdracht is om dit waar mogelijk te bereiken zonder dodelijke slachtoffers en zo weinig mogelijk gewonden, vluchtelingen en materiele schade.
Ze menen dat in geval van een uitgebroken oorlog het geweldsgedrag moet worden gestopt en niet dat de militair/militie die het geweld gebruikt moet worden gedood. Ze hebben daarom een speciaal geweer ontwikkeld dat sterke, snel werkende verdovende pijltjes gebruikt om kogels te vervangen (ook de politie heeft interesse in dit idee). Ze gebruiken regelmatig lachgas en werken met kleine, hooggespecialiseerde, commando-eenheden om wapendepots te vernietigen of om groepen te ontwapenen (deels geïnspireerd door de Canadese generaal Romeo Dallaire, de VN-generaal ten tijde van de volkerenmoord in Rwanda). Sommige eenheden zijn gespecialiseerd in ontzetten van gijzelingsacties, opsporen van kidnappings en – erg controversieel- ze ontwikkelen methoden om mensen te ontvoeren om ze te ‘dwingen’ deel te nemen aan onderhandelingen. Er wordt hier ook gewerkt om binnen Department of Peace Operations (DPKO) de Rules of Engagement effectiever te maken.
De militairen die deze opdrachten uitvoeren zijn net zo intens getraind als de beste mariniers, SAS of Navy Seals. Ze hebben echter naast een puur defensieve gevechtstraining ook een ethische code ondertekend waarin zij toezeggen actief mee toe te werken aan een wereld zonder geweld.
Het moge duidelijk zijn dat er ook aardig wat overeenkomsten zijn met eigenschappen van de huidige militair: moedig, top-specialistisch, groot doorzettingsvermogen en avontuurlijk ingesteld. Extra is dat zij ook een intensieve sociale, emotionele en ethische opleiding hebben afgerond. Ze zijn een soort combinatie van Gurkas en de Dalai Lama. Over deze benadering bestaat controverse onder pacifisten en vredesbewegers, maar de voorstanders menen dat de ideale omstandigheden in realiteit (nog) niet bestaan en dat soms defensief geweld kan worden gebruikt om lijden van veel (burger)mensen te voorkomen. Soedan wordt met name als voorbeeld gegeven.
Intrigerend is het oefenterrein W midden op de hei, gelieerd aan gebouw A. Hier vinden grootscheepse simulaties plaats waarin de gebrainstormde ideeën worden getest in de praktijk. Het omgaan met geweld op een zo geweldloze manier is namelijk een vak apart, een nieuw vak. Dat moet oneindig vaak geoefend worden in steeds andere gesimuleerde situaties. Net zo lang totdat in dergelijke gevaarlijke situaties militairen niet meer automatisch reageren vanuit het reptielenbrein, de amygdala, maar in een splitsseconde responderen vanuit de neo-cortex en keuzes maken met het doel de geweldssituatie te de-escaleren.
Hier wordt ook gewerkt aan het idee om speciale militaire eenheden onder het VN DPO (Department of Peace Operations) in het leven te roepen met als enige taak noodhulptransporten en humanitaire projecten (basislevensvoorzieningen) te beschermen tijdens gewapende conflicten. Lach niet: ze zijn gekleed in fel paarse uniformen. Opvallender kan niet. Zij zijn de superspecialisten in geweldloze verdediging. Opnieuw een soort supercombinatie van Gurka’s en de Dalai Lama.
Gebouw B ziet er luxueuzer uit dan de rest. Politici uit landen die wij in Nederland als onze grootste vijanden beschouwen – momenteel Rusland, China, Iran en Noord-Korea – worden met kleine groepjes van drie uitgenodigd om naar Nederland te komen voor twee à drie dagen. Ook uitgenodigd worden Nederlandse politici, wetenschappers, journalisten en activisten. Zij kunnen gedurende sessies vragen stellen aan de buitenlandse bezoekers. Slechts één restrictie: alleen open vragen zijn toegestaan, geen gesloten vragen.
In een apart deel van gebouw B zet een team van bemiddelende netwerkers talloze zoombijeenkomsten op. Journalisten, politici en iedere geïnteresseerde kan hier een virtuele bijeenkomst aanvragen over een specifiek conflictthema. De netwerkers zoeken een goed team bijeen van specialisten (wetenschappers en ervaringsdeskundigen) en organiseren de bijeenkomst.
Gebouw C
Hier wordt gewerkt aan het thema Migratie. De kernvragen die hier worden beantwoord: waarom komen mensen naar Nederland/ westerse landen? Hoe deel je op een rechtvaardige, constructieve manier je land met nieuwkomers? Hoe ga je om met de angst en de overtuiging van mensen dat ze hun identiteit, hun levensgeluk verliezen als hun buurt/werk/land naar hun mening te veel en te snel verandert door migratie?
Er werkt een kerngroep experts en ervaringsdeskundigen (uit een zevental landen die al veel langer dan Nederland te maken hebben met multi-etnische en multiculturele samenlevingen zoals de VS, Brazilië en Zuid-Afrika). De rest bestaat uit vrijwilligers die hier minimaal een periode van vijf weken komen meedenken en experimenteren. Vier keer per jaar komt een grote groep van ongeveer 45 mensen bij elkaar van wie 65 procent gekozen worden volgens de ‘random selection method’[1]. Ze delibereren twee dagen lang over in de maatschappij spelende controversiële problemen die samen zouden hangen met migratie.
In gebouw D staat boven de ingang het Braziliaans speekwoord als motto: Devagar se vai ao longe – langzaam kom je ver. Dit gebouw is omgeven door bos en hei. Er werkt een groep van ongeveer 45 steeds roulerende Soedanezen: mannen, vrouwen, ouderen en ook jongeren. Ze zijn nu zo’n twaalf weken met elkaar in gesprek over een aantal problemen die in hun land en regio spelen. De onderhandelingsmethode is een combinatie van Sudanese traditionele vredesprocessen en Open Forum – een specifieke manier van grote groepen faciliteren zoals ontwikkeld door Arnold Mindell en Johan Galtung. Er is met name ruimte om te reflecteren over de onderliggende factoren van alle betrokken groeperingen en hier toe te werken naar out-of-the-box opties.
Drie Afrikaanse landen werken samen met Nederlandse en Pakistaanse militairen in Soedan om te voorkomen dat gewapende milities weer met elkaar in de clinch gaan om de macht. Een tijdelijk nationaal kabinet met vertegenwoordigers van alle (politieke) partijen wordt ondersteund door ervaringsdeskundigen uit met name sub-Sahara landen. Ze hebben het mandaat om bij (sociocratisch) consent – niet te verwarren met consensus – besluiten te nemen over alles wat met primaire levensbehoeften te maken heeft zoals: veeteelt, landbouw, water en voedselvoorziening, medische zorg, onderwijs en basisinfrastructuur. Deze militairen hebben de steun van veruit het grootste deel van de bevolking en die steun groeit mede omdat er de laatste drie maanden ‘slechts’ drie doden te betreuren waren in tegenstelling tot de honderden per maand in de periode daarvoor.
In een aantal geheime acties hebben de speciale commando’s al 43 kleine wapendepots effectief vernietigd. Een van de vrouwen uit het rapid response team, een Surinaamse, is in Mogadishu verkozen tot vredesvrouw van het jaar omdat zij het team aanvoerde dat een dorp heeft bevrijd wiens hele bevolking werd gegijzeld door één van de milities. Er vielen bij die militaire ontzetting slecht zeven lichtgewonden door gebruik van verdovende pijltjes in plaats van kogels (ontwikkeld door het team in gebouw A).
Gebouw E
Hier worden voorstellen voor verschillende onderzoeken voorbereid:
1: Onderzoek naar de functie en effectiviteit van Waarheidscommissies.
2: Onderzoek naar huidige gevolgen van koloniaal verleden. Hoe plukken bepaalde groepen nog steeds de vruchten van dat verleden en betalen anderen nog steeds de prijs (in de vorm van o.a. collectief trauma). Er zal met name worden gekeken naar Australië, Nieuw-Zeeland, USA en Canada. Reparatie staat hoog op de lijst.
3: Onderzoek naar eigenschappen van vreedzame samenlevingen (gebaseerd op Richard Fry).
4: Onderzoek naar alternatieve vredesprocessen van Inheemse Volken.
5.Onderzoek naar uitbannen winsten wapenhandel en conversieopties huidige wapenbedrijven.
6: Onderzoek naar een mogelijke rol voor AI in coöperatieve vredesprocessen.
7: Onderzoek rol en inhoud van ‘psyops’ in oorlogsvoering en opzetten van een onafhankelijke organisatie die dagelijks alle ‘psyops’-informatie analyseert en waar nodig corrigeert. Ze werken toe naar wekelijkse -publiek toegankelijke- verslagen.
- Onderzoek naar vreedzaam gebruik in gewelddadige situaties van drones en andere recente in China ontwikkelde robot-technieken.
Gebouw F
Hier worden virtuele conferenties georganiseerd met deskundigen; academici, ervaringsdeskundigen en random verkozen burgers
Kernthema’s draaien om de mogelijke gevolgen van de verschuivende machtsverhoudingen in de wereld. Hoe zou een wereld eruit kunnen zien als de grootmachten meer zouden samenwerken? Wat komt daarbij kijken?
De twintigste eeuw is de gewelddadigste eeuw in de gehele menselijke geschiedenis. Onze huidige eeuw zou de vorige nog weleens kunnen overstijgen. Dat gaat gebeuren als de grootmachten met elkaar een oorlog gaan voeren die de hele wereld in gevaar zal brengen. Niet alleen voor het Westen, maar ook voor het Zuiden en Oosten. De oorlogen in Soedan, Congo, Palestina/Israël, Oekraïne zijn daarbij vergeleken gruwelijk maar kinderspel.
Zoals vele oorlogen kan ook de derde wereldoorlog onverwachts door een niet voorziene aanleiding (zoals Sarajevo) binnen no-time beginnen en uit de hand kan lopen.
Op dit moment lijkt iedereen in het westen zich voor te bereiden op slechts één enkele strategie: bewapenen en nóg verder bewapenen.
Wat zijn de alternatieven? Over deze vraag buigen zich de wekelijkse virtuele conferenties. Ze besteden nauwelijks tot geen tijd aan analyseren van huidige situatie, maar leggen de focus op wat mogelijkerwijs kan bijdragen aan het voorkomen van De Grote Oorlog en wat kan bijdragen aan meer samenwerking.
In gebouw G zit eenzelfde soort initiatief met Belgen. Voor- en tegenstanders van opsplitsing van het land in Vlaanderen en Wallonië. Met verbazing zien de waarnemers uit zes andere landen hoe diep de wrok en bitterheid teruggaat tussen deze groepen. De groepen worden gefaciliteerd door de Belgische sociologe Pat Patfoort. De Belgen hebben nog zeven weken de tijd om samen te brainstormen, dan maken ze plaats voor een project van zes maanden waarin allerlei vertegenwoordigers van West Papua, Indonesië en de internationale gemeenschap deelnemen. Er is langdurig en diepgaand gewikt en gewogen of dit soort initiatieven niet beter in eigen land of regio zou kunnen
Plaatsvinden. Uiteindelijk gaf veruit de meerderheid van de betrokkenen aan dat zij het zelf als positief hebben ervaren om even helemaal weg te kunnen zijn van de gespannen situatie in hun eigen land en regio. Ze wijzen ook op het model dat succesvol heeft gewerkt voor Bougainville: een van de voorlopers van dit model, toen in 1997 Bougainvilliens een half jaar onderhandelden in een geïsoleerde militaire kazerne in Nieuw-Zeeland/Aotearoa.
In het geval Indonesië/Papua zal naast de gangbare onderhandelaars zoals afgevaardigden van belangrijkste groeperingen en regering ook voor een periode van drie weken een steeds roulerende groep van tien willekeurige mensen geselecteerd worden om deel te nemen aan de onderhandelingen. Dit om een breed scala van inbreng te krijgen van de bevolking. Dus aan tafel kunnen ook zitten: een visser, moeders, een onderwijzeres, vrachtwagenchauffeur enzovoort.
Gebouw H is een universiteit met meerdere gebouwen. Er studeren en wonen rond de 90 studenten uit 28 landen[2]. Dit initiatief wordt gerund op de basisprincipes van een ‘transitiontown’. Ze hebben hier een “eco-dorp” gebouwd, voorzien van de allerlaatste snufjes op het gebied van zelfvoorziening en duurzaamheid. Naast hun studie besteden alle studenten 25 procent van hun tijd aan gangbare klussen zoals koken, onderhoud aan gebouwen, verbouwen van eigen voedsel enz. Ze geven eveneens wekelijks drie uur van hun tijd aan vrijwilligerswerk in de naburige stad.
Hoofdvakken: geweldloze communicatie, coöperatieve conflicthantering en bemiddeling, onderhandelen, sociocratie en andere experimentele vormen van participerende democratie.
Een ander onderdeel van de universiteit onderzoekt de opties voor een zevende Geneefse Conventie. Ze werken onder andere aan mogelijke alternatieven voor de huidige Code of Conducts voor militairen. Centraal staat het streven om geweld uit te bannen als legitiem middel om sociale, politieke, economische doelen na te streven.
Ze onderzoeken waarom er in de ‘normale’ maatschappij op wettelijke gronden binnen geen enkele context legaal geweld mag worden gebruikt, maar de staat wel geweld mag gebruiken en dit ook verdedigt als effectief middel om een doel te bereiken[3]. Zij betwisten dat staten zich het recht mogen toe-eigenen om als enige legitiem, grootschalig, dodelijk geweld te mogen gebruiken. Hetzelfde geldt voor de toe-eigening van de staat om binnenslands als enige (politie)geweld te mogen gebruiken.
In een aanbouw van gebouw G zit een apart onderzoekscentrum naar nieuwe bestuursvormen. Hier staat de gedachte centraal dat democratie als bestuursvorm als het ware nog in haar kinderschoenen staat en dat het in haar huidige vorm zeker geen panacee is voor iedereen waar ook in de wereld. Ze stellen dat democratie in feite een uiterst competitief besluitvormingsproces hanteert met nadruk op verschillen hetgeen ertoe leidt dat burgers bij elke verkiezing tegenover elkaar komen te staan in plaats van de focus te leggen op mogelijke samenwerking. Grote vraagtekens worden gesteld bij de stelling dat het westen het recht zou hebben om overal ter wereld actief de democratie te prediken om vervolgens met tot de tanden bewapende militairen, gesteund door bommenwerpers en drones, die democratie met geweld te installeren. Gezien de desastreuze pogingen in Irak en Afghanistan wordt gewerkt aan constructieve combinatiemodellen van democratische en inheemse besluitvormings- en bestuurlijke processen (bv Loya Yirga in Afghanistan).
Ander stelling die wordt onderzocht: “Eén centrale overheid met veel macht is op den duur onwerkbaar”. Hier wordt gewerkt aan bestuurssystemen met (verregaande) decentralisatie van macht. Allerlei vormen van autonomie en federale banden worden bekeken. Ze pleiten ervoor dat er naast de status van natie (momenteel zijn 193 naties lid van de Verenigde Naties) ook andere bestuursvormen worden erkend door de VN. Bijvoorbeeld het idee dat ook autonome gebieden deel uit kunnen maken van de VN en tevens deel uit kunnen maken van een federatie waarmee bijvoorbeeld wel gezamenlijk gewerkt wordt aan een aantal zaken zoals buitenlands beleid, onderwijs en gezondheidszorg. Dus een uitbreiding van het aantal legale en erkende internationale bestuursvormen. Onderzocht wordt welke activiteiten wel op nationaal niveau moeten worden afgestemd. Een speciaal team werkt aan Afghanistan waar – gebruik makend van de oude bestuursvorm Loya Jirga – verregaande autonomie van de provincies tot verhoogde economische activiteit en minder corruptie heeft geleid.
Verder wordt gewerkt aan constructieve alternatieven voor het opvullen van het levensgevaarlijke machtsvacuüm dat vrijwel elke keer ontstaat nadat een oorlog is beëindigd.
In gebouw I draait alles om het initiatief om het polariteits/dualiteits-denken onder de loep te nemen. Dit is misschien wel het belangrijkste thema van alles wat er gebeurt op deze kazerne. Hier staat de vraag centraal of de basis van ons oorlogsovertuiging veroorzaakt wordt door alom genormaliseerde polariteitsdenken. Het denken dat in alles onderscheid gemaakt wordt tussen óf DIT óf DAT. Je bent tegen ons óf voor ons. Iemand heeft gelijk óf ongelijk. Iets is fout óf goed, Iemand is schuldig óf onschuldig. Maar wat gebeurt er als we naar onze cortex verhuizen en kunnen kijken in én Dit én Dat? Op dit gebied moet nog veel onderzoek worden gedaan. Ondanks het feit dat de Soefi filosoof Rumi al in de 13de eeuw meende: “Er is een plek voorbij goed en kwaad. Laten we elkaar daar ontmoeten”.
Gebouw J
Dit gebouw wordt door de gebruikers van de andere met speciaal respect behandeld. Hier wordt gewerkt met militairen met posttraumatische stress (ptss), niet alleen uit Nederland, ook uit andere landen. Er werken ongeveer 30 deskundigen aan programma’s wereldwijd voor de opvang van militairen, milities, kindsoldaten, gangs en wie dan ook die psychisch (zwaar) gewond is geraakt door gevolgen van (het meemaken van) geweldsgebruik. Je zou verwachten dat in een dergelijk vredeslaboratorium antimilitarisme de boventoon voert, maar dat is niet zo. Er bestaat respect voor de militair vanuit het gezichtspunt dat veruit de meesten militair zijn geworden vanuit de intentie en overtuiging dat ze zo bijdragen aan vrede. Niet de mens wordt veroordeeld, maar het middel geweld.
Er wordt ook aandacht besteed aan collectief trauma van specifieke bevolkingsgroepen. Hier volgen ze de laatste ontwikkeling op gebied van epi-genetica, evenals baanbrekend werk op gebied van trauma genezing door experts zoals Van der Kolk, Levine, Huebl, Mate en anderen.
Gebouw K
Een kleine groep militairen werkt samen met burgervredesinitiatieven waaronder: Eirene, PBI, NPF. Dit zijn NGO’s die al decennia als burgers naar spannings- en oorlogsgebieden worden uitgezonden om burgers te ondersteunen door als onbewapende waarnemers/getuigen aanwezig te zijn. De trainingen focussen op onbewapende aanwezigheid in (post) conflictgebieden gebaseerd op de “United Nations Militaire Observer” opleiding.
Gebouw L
Een groep ervaringsdeskundigen deelt ervaringen met het in Brazilië ontwikkelde ‘Restorative Justice’ en ‘Restorative Circles’ (RC) idee. Momenteel zitten er groepen uit Ridderkerk om samen terug te kijken naar wat er is gebeurd tussen een aantal Molukse en Marokkaanse Nederlanders. Groepen kunnen hier terecht die bereid zijn om samen te kijken naar wat er is gebeurd – aanleiding kan een specifieke gebeurtenis of misdrijf zijn. Eerder hebben een groep caféhouders en voetbalhooligans bij elkaar gezeten.
Helemaal bijzonder zijn de experimenten met Restorative Circles tussen ‘tegenstanders’. Een aantal voorbeelden: Ratk Mladic (met vrienden, familie en aantal medestanders) neemt deel aan een RC met een vrouw uit Srebrenica (met vrienden, familie en aantal medestanders) of Enrico Guterrez, militieleider ten tijde van het Oost-Timor referendum, zit in een RC samen met twee studenten uit het verzet tegen Indonesië.
Misschien haakt u al af? Dan nodig ik u uit om het verhaal weer op te pakken bij de conclusie.
Gebouw M is een cluster van tien verschillende kleinere gebouwen. Ze zijn opzij gezet voor een rijk scala van niet-overheids organisaties (NGO’s) die werken op gebied van (coöperatieve) conflicthantering en ontwapening.
In gebouw N werkt een internationaal ontmijningsteam (gecoördineerd door GICHD – Geneva International Centre for Humanitarian Demining) met een wereldwijd netwerk en een 20jarenplan om alle mijnen die er nu nog liggen weg te halen. Ze werken gecoördineerd een lijst af met als prioriteit die gebieden waar het hoogste aantal (kind)slachtoffers vallen. Ze ondersteunen met name het werk van bestaande organisaties zoals HALO en HI. Alle landen werken eraan mee. De financiering is deels door de Nederlandse overheid, deels door de landen die de mijnen hebben geplaatst. Verder wordt hier vier keer per jaar een train-de-trainers-opleiding verzorgd om tien trainers op te leiden die vervolgens in hun eigen land weer militairen trainen die kunnen ontmijnen.
Gebouw O
Een onderzoeks- en trainingsteam Media en Conflict biedt, na een opmerkelijke moeizame start, trainingen aan voor journalisten. Media berichten tenslotte dagelijks over conflicten op allerlei plekken, tussen allerlei mensen en in alle maten en soorten. In hun opleiding wordt er echter bizar genoeg geen enkele aandacht besteed aan het ingewikkelde fenomeen ‘conflict’. Er wordt eveneens weinig (zelf)onderzoek gedaan naar de invloed van media op de dynamiek en de uitkomsten van (potentieel gewelddadige) conflicten.
Tijdens de praktijkgerichte workshops krijgen journalisten meer inzicht in verschillende conflictstijlen, conflictanalyse, conflictfasen, welke soort vragen bijdragen aan escalatie, welke vragen bijdragen aan de-escalatie enzovoort. In eerste instantie reageren journalisten verontwaardigd omdat zij vinden dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van hun producten. Vaak betogen ze journalist te willen zijn, geen vredesactivist. Onderzoek laat echter helder zien dat de algemeen gehanteerde mediawerkwijze wel degelijk bijdraagt aan escalatie van (gewelddadige) conflicten.
Gebouw P staat (nog) leeg.
Gebouw Q
De NGO Mediators zonder Grenzen houdt hier kantoor. Zij zijn vooral gespecialiseerd in het verzamelen van lokale manieren van constructieve geweldloze coöperatieve conflictbenadering vanuit verschillende culturen. Een unit houdt zich met name bezig met de ontwikkeling van rechtsstructuren die naast de op westers leest gestoelde rechtsgang vooral ook de lokale processen te combineren.
Binnenkort gaat een nieuw team van start dat werkt aan initiatieven om gelijksoortige vredeslaboratoria elders in de wereld op te zetten. Er is al belangstelling getoond door China, Zuid-Afrika (waar dit Nederlandse centrum trouwens veel van geleerd heeft), Brazilië, Canada, Liberia en Afghanistan.
Gebouwen R tot en Z staan ook nog leeg (suggesties zeer welkom).
Met bovenstaande ideeën is slechts een super klein deel besteed van het huidige Nederlandse defensiebudget. Het Ministerie van Defensie gaf 21,4 miljard uit in 2024. Dat betekent dat het elk jaar 21.400 x € 1.000.000.000 kan uitgeven. Verontrustend genoeg is er in de politiek brede steun om dit bedrag de komende jaren drastisch, zeer drastisch, te verhogen. Bovenstaand Vredes laboratorium kost (ruw geschat!) ongeveer € 45 miljoen per jaar. Dit is evenveel geld als, om maar wat te noemen, één halve F35 kost.
Het is bijna niet te bevatten wat we zouden kunnen bijdragen aan vrede en rechtvaardigheid als we zouden kunnen besteden wat de secretaris-generaal van de NAVO, Rutte, graag zou zien: € 50.000.000.000 euro per jaar. Alleen in Nederland! Laten we blijven experimenteren en praktiseren met ideeën die mogelijkerwijs wereldwijd bijdragen aan méér vrede, méér rechtvaardigheid en minder oorlog.
Er zijn nog minstens honderd niet uitgewerkte ideeën (vooral m.b.t. rol VN, rol van verzoening na conflict, sociale verdediging, collectief trauma, hoe werkt gehoorzaamheid, nieuwe ideeën over vernieuwende besluitvormingsprocessen, rol gender, voorkomen genocide, wie betaalt wederopbouw na oorlog enz. enz. enz. enz.
Op- en aanmerkingen, aanvullende ideeën en kritiek zijn zeer welkom (99saskia99@gmail.com). Eens in de zoveel tijd kan de oude versie dan door een bijgewerkte versie worden vervangen.
Saskia Kouwenberg
Actief in de vredesbeweging sinds 1981. Zij ontving in 1997 de orde van Oost-Timor voor het naar buiten smokkelen van cruciale videobeelden van de Santa Cruz massamoord (1991). Zij coördineerde 135 waarnemers tijdens referendum in Oost-Timor (1999) dat uitliep op desastreus geweld en ingrijpen door buitenlandse militairen. In 2004 verbleef ze gedurende vijf weken op de Bernardkazerne (Amersfoort) om deel te nemen aan de opleiding United Nations Military Observer. Ze gaf les aan militairen over civiel-militaire betrekkingen in (post) conflictgebieden. In 2005, samen met 999 andere vrouwen uit 135 verschillende landen, werd ze genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Zij werkt momenteel aan het boek: ’Van Competitie naar Coöperatie’.
Eerste versie 2003, bewerkt in 2025/2026.
[1] Mensen worden willekeurig uit een adressenbestand gehaald en uitgenodigd om hun wensen, zorgen, ideeën te delen over specifieke thema’s. Uitkomsten vormen basis voor experts om in concrete voorstellen te vertalen.
[2] Toekomst plannen liggen klaar voor 900 studenten binnen vijf jaar.
[3] Uitzondering vormen alleen de artsen die mensen mogen assisteren om bewust een eind te maken aan onmenselijk lijden.
