Oorlogszucht

18 February 2026
Artikel | Militarisme
Deel dit artikel op:
Duitse soldaten op weg naar het front in 1914

“Nederland bereidt zich voor op een mogelijk grootschalig conflict”. Een zinnetje midden in een recent nieuwsbericht van het ministerie van Defensie. Niet onverwacht misschien voor wie het nieuws gevolgd heeft de laatste maanden, maar toch een schok om het zo zwart op wit te lezen. Pantserwagens om kapot materieel van het slagveld te halen, treinen om gewonden te repatriëren: dit gaat niet meer om afschrikking, nee – die oorlog komt daadwerkelijk.

In korte tijd is de militarisering zeer zichtbaar geworden in Nederland. Opleidingen staan in de rij om een studievariant weerbaarheid aan te bieden. Enthousiaste wervingscampagnes moeten mensen verleiden tot een “avontuurlijke” baan bij het leger. Koningin en kroonprinses worden daarbij ingezet als voorbeeld, met inderdaad de gehoopte aanzuigende werking. Het NOS journaal doet trouw verslag van de PR campagnes. Defensie krijgt letterlijk de ruimte in Nederland, waarbij inspraakprocedures opzij worden gezet. Het komt vast niet slecht uit dat een hoge militair minister van woningbouw wordt: de defensiebelangen zijn alvast goed in beeld. En in de media mogen defensiebedrijven trots vertellen over wat ze allemaal kunnen.

 

Budgetten – 3,5 % is helemaal niet logisch

Zonder veel discussie wordt er voor gekozen om 3,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) uit te geven aan defensie. De nieuwe regeringscoalitie kiest er zelfs voor om dit wettelijk vast te gaan leggen, en verplicht Nederland daarmee voor vele jaren om exceptionele bedragen uit te geven. De rekening komt terecht bij de sociale zekerheid en de zorg. Veel te weinig wordt besproken waar de 3,5 % op gebaseerd is. Het zijn niet de militaire planners geweest die met dit getal kwamen, het was Trump, geassisteerd door Rutte. Het getal van 3,5 % ligt iets bóven het gemiddelde bbp-percentage voor defensie in de VS in de afgelopen tien jaar. Je kan zeggen: logisch toch, dat Europa ook naar 3,5 % gaat, als we minder afhankelijk worden van de VS. Maar het is helemaal niet logisch, om drie redenen.

Ten eerste is de VS een militaire supermacht, die over de hele wereld zo’n 800 militaire bases in stand houdt. In Trouw gaf Cees van der Laan onlangs een overzicht. Alle andere landen, Rusland en China incluis, zijn militair een dwerg vergeleken met de VS. Rusland heeft hooguit 20 buitenlandse bases, voornamelijk in de eigen regio. En China heeft één militaire basis buiten de eigen grenzen. Kijkend naar de wereldkaart is het de VS die naar hegemonie streeft. De komende jaren gaat het land vele miljarden uitgeven aan het moderniseren van zijn bases buiten Europa. En in de komende 20 jaar wordt er 1200 miljard besteed aan de modernisering van het kernwapenarsenaal. De VS willen dominant blijven in de wereld, en dat kost heel veel geld. Er is geen enkele reden waarom Europa gelijke tred moet houden op defensiegebied.

Ten tweede geeft Europa al veel meer uit aan defensie dan Rusland. Volgens het gerenommeerde SIPRI geven de Europese NAVO-landen plus Canada 3,3 maal zo veel uit aan defensie als Rusland. (Het bbp percentage in Rusland ligt veel hoger dan 3,5 %, omdat de economie veel kleiner is. Veel mensen denken dat Rusland een reus is, maar dat klopt niet. De Russische economie is net zo groot als die van de Benelux). De tegenwerping is dan altijd dat alles in Rusland goedkoper is. Admiraal Bauer, voormalig hoogste NAVO-militair, beweerde zelfs dat de verhouding 1:5 is. SIPRI daarentegen waagt zich niet aan dat soort vergelijkingen, omdat koopkracht-cijfers gebaseerd zijn op consumenten-bestedingen. Een Russische soldaat is inderdaad goedkoper dan een Amerikaanse, maar dat kun je niet zo maar doortrekken naar de productie van tanks en vliegtuigen. Bovendien: ook in landen als Polen en Roemenië is het prijspeil lager. Econoom Raymond Gradus, hoogleraar aan de VU, publiceerde hierover in ESB, toch niet bepaald een links-activistisch blad. Hij citeert de conclusie van de Australische econoom Robertson: na prijspeil-correctie zijn de Europese defensie-uitgaven 1,7 maal hoger dan die van Rusland, en dat is zonder de verhoging tot 3,5 %. Dus waarom zouden we nóg veel meer moeten gaan uitgeven? Misschien om de Amerikanen tevreden te stellen?

Ten derde is het percentage van 3,5 % historisch gezien voor Nederland exceptioneel hoog. Sinds 1957 was het niet zo hoog. Dus op het hoogtepunt van de Koude Oorlog gaven we relatief minder uit dan we nu van plan zijn! En meer dan 4 % is het in de jaren ’50 niet geweest, terwijl de NAVO nu officieel over 5 % spreekt (de 1,5 % extra is voor infrastructuur).

 

Escalerend gedrag

Ik vind het verbijsterend hoe de toon van Europese politici steeds agressiever wordt. En daarbij worden scenario’s ontwikkeld die uitgaan van een oorlog vóór 2030. Experts en politici praten elkaar daarbij na, zonder dat ze de geheime NAVO studie gezien hebben waarin zou staan dat Rusland over een paar jaar de NAVO aan kan vallen.

Natuurlijk: Rusland voert een verschrikkelijke oorlog, en Poetin is een dictator die niets en niemand ontziet. Maar helpt de opstelling van Europa? Of zijn politici bezig olie op het vuur te gooien? Openlijk praten over dat het goed zou zijn als Rusland uiteenvalt (video vanaf 1:01:50), of dat een verdrag moet gaan over het beperken van het Russische leger. Stellen dat Rusland militair en economisch uitgeput moet worden voordat er sprake kan zijn van gesprekken tussen Rusland en Europa. Supersnelle middellangeafstandsraketten vlakbij Rusland plaatsen, in antwoord op Russische raketten vlakbij Duitsland. Gaan praten over Europese kernwapens. Niet bepaald de-escalerend dit alles.

 

“Als defensie-chefs moeten we u waarschuwen over Rusland, en dit zeggen: herbewapening is geen oorlogshitserij.”
Air Chief Marshal Sir Richard Knighton en General Carsten Breuer

 

Naarmate de VS zich onder Trump weg bewegen van Europa, gaan Europese leiders steeds schriller klinken. Ze prenten zich in dat het continent gevaar loopt, en zien militarisering als de enige uitweg (met de stille hoop daarmee de VS te vriend te houden). Het cynische van de situatie is dat voortzetting van de oorlog in Oekraïne een Europees belang lijkt. De militaire capaciteiten van Oekraïne zijn onmisbaar: de opgedane ervaring met drones is cruciaal voor de onervaren Europese legers; de geavanceerde kennis over integratie van informatie op het slagveld kan voor een goed deel de Amerikaanse capaciteiten op dit terrein vervangen. De oorlog houdt ook de Russen op afstand, en houdt het narratief in stand dat investeren in bewapening noodzakelijk is. De wapenindustrie (volgens politici nodig om onafhankelijk van Amerika te worden) floreert dankzij de oorlog, en schiet in Friedensangst als een wapenstilstand dichtbij lijkt.

Leiders als Macron en von der Leyen vinden dat Europa zich als geopolitieke grootmacht opnieuw moet uitvinden. Onze eigen minister van Weel sluit erbij aan door te zeggen “Europa moet opnieuw de taal van de macht leren spreken“. Ik vind het een verschrikkelijke vergissing. Vol bravoure wordt vijandschap met Rusland opgepompt. De oorlog moet voortgezet worden, totdat …. Ja, tot wat eigenlijk? Rusland verslaan, daar lijkt het op neer te komen. Echt? Regime change door oorlog? Het blijft min of meer onuitgesproken. Het einddoel van de Europese leiders blijft mistig. Hoe zien ze het voor zich? Er ontstaat een tot de tanden gewapend continent, met troepen gestationeerd aan Ruslands grenzen. Duitsland heeft de grondwet veranderd zodat er onbeperkt geleend kan worden voor defensie-uitgaven. Alles moet wijken voor defensie. Niet 3,5 % van het bbp, maar 5 %, of volgens Bauer zelfs richting 10 % als Europa onafhankelijk wil zijn van de VS.

 

Propaganda van de generaals

Deze week schreven de staf-chefs van het Britse en het Duitse leger gezamenlijk een opiniestuk, dat als onvervalste propaganda de mensen de stuipen op het lijf wil jagen. Het is uiterst merkwaardig dat beide heren de NAVO de meest succesvolle militaire alliantie in de geschiedenis noemen, met een “onovertroffen” militaire kracht – en dat er toch praktisch onbegrensde investeringen nodig zijn. Waarom dan? De dreiging die van Rusland uit zou gaan wordt niet met getallen onderbouwd, maar in zorgvuldig gekozen woorden geframed. “Rusland leert van de oorlog in Oekraïne” (de NAVO ook). “Ruslands militaire opstelling is naar het westen verschoven” (die van de NAVO naar het oosten). “Het Russische leger reorganiseert zich op manieren die het risico op een conflict met NAVO landen zou kunnen verhogen” (hetzelfde kan over de reorganisatie van de NAVO gezegd worden m.b.t. een conflict met Rusland). “Moskou’s bereidheid om oorlog te voeren op ons continent, zoals bewezen wordt in Oekraïne” (alsof Rusland op een ander continent ligt, en alsof dit ook maar iets zegt over oorlog buiten Oekraïne). Let ook op de slagen om de arm: de kans kán toenemen. Concreter wordt het niet. Propaganda-woorden.

De angel zit in de huiveringwekkende ‘morele’ argumentatie. Letterlijk vertaald citaat: “Er is een morele dimensie aan deze onderneming [bedoeld wordt de militaire opbouw]. Herbewapening is geen oorlogshitserij; het is het verantwoordelijk handelen van naties die vastbesloten zijn hun volken te beschermen en vrede te bewaren. Kracht schrikt agressie af. Zwakheid lokt die uit.” Met deze woorden roepen de staf-chefs op tot een ‘whole-of-society’ benadering, het inschakelen van de hele samenleving: defensie letterlijk als taak voor iedereen.

Het morele aan deze argumenten ontgaat me. De titel van het stuk is: “Als defensie-chefs moeten we u waarschuwen over Rusland, en dit zeggen: herbewapening is geen oorlogshitserij.” Dit is het aanjagen van angst, en het verspreiden van drogredeneringen. Beweren dat je geen zwakheid moet tonen maar kracht staat haaks op de essentie van ongeveer alle humanistische en spirituele tradities. Het is het benauwende denken van imperialisten als Trump en Poetin. En dat wordt ons als norm voorgehouden?

 

1913

Vaak wordt de vergelijking getrokken tussen 1939 en nu: staan we aan de vooravond van een nieuwe grote oorlog? Ik moet eerder denken aan de jaren vóór 1914, de opmaat tot de Eerste Wereldoorlog. De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942) beschreef in “De wereld van gisteren” treffend hoe de sfeer omsloeg.

Overal steeg het bloed de landen verstikkend naar het hoofd. Uit de vruchtbare drang naar interne consolidatie begon zich overal tegelijk, alsof het een infectieziekte was, de expansiedrift te ontwikkelen. De Franse industriëlen, die grof geld verdienden, begonnen een hetze tegen de Duitse, die er ook warmpjes bij zaten, omdat beide groepen meer wapens wilden leveren, Krupp tegen Schneider-Creusot. De Hamburgse rederijen met hun enorme dividenden concurreerden met die van Southampton, de Hongaarse boeren met de Servische, de ene groep concerns met de andere – de conjunctuur had hen allemaal gek gemaakt, aan alle kanten begon de jacht op meer en meer. Als je je nu in alle rust afvraagt waarom Europa zich in 1914 in een oorlog stortte, vind je geen enkele zinnige reden en zelfs geen aanleiding. Het ging niet om ideeën, het ging niet werkelijk om de kleine grensgebieden; ik kan geen andere verklaring vinden dan dit overschot aan energie, een tragisch gevolg van de interne dynamiek die zich in veertig jaar had opgehoopt en tot een gewelddadige ontlading moest komen. Elke staat had ineens het gevoel sterk te zijn, en vergat dat de andere hetzelfde idee had, allemaal wilden ze nog meer en allemaal wilden ze dat van de ander.

“En het ergste was dat we juist bedrogen werden door het gevoel dat ons het meest dierbaar was: ons gemeenschappelijk optimisme. Want ze geloofden allemaal dat de ander op het laatste ogenblik toch nog zou terugschrikken.”
Stefan Zweig

 

Zo begonnen de diplomaten hun wederzijds spelletje bluf. Vier of vijf keer, in Agadir, in de Balkanoorlog, in Albanië, bleef het bij spel; maar er ontstonden steeds nauwere, steeds meer militair georiënteerde grote coalities. In Duitsland werd midden in een tijd van vrede een oorlogsbelasting ingevoerd, in Frankrijk werd de diensttijd verlengd; uiteindelijk moest het overschot aan energie zich ontladen, en het gerommel in de Balkan maakte de richting duidelijk waaruit de wolken Europa al naderden.

Weinigen, veel te weinig, tekenen protest aan. De meeste intellectuelen houden zich stil. Het lijkt zo rustig en mooi allemaal, een tijd van vooruitgang. Meer dan de exacte feiten schildert Zweig de atmosfeer, en een aantal voorvallen die diepe indruk op hem maken. Eén is een bioscoopbezoek in een Franse provinciestad, enkele maanden voor het uitbreken van de oorlog. Zodra bij een bioscoopjournaal de Duitse keizer in beeld komt begint het publiek vol afkeer te fluiten, te stampen en te schreeuwen. Zweig is ontzet: zo ver is de haatpropaganda voortgeschreden.

Mij lijkt dat we nu niet ver van dat punt af zijn.

 

1938

1939, of beter gezegd: 1938, speelt op een andere manier een rol in de huidige Europese opstelling. In 1938 werd het infame verdrag van München gesloten, waarbij Duitsland werd toegestaan om Sudetenland, deel van Tsjechoslowakije, in te nemen, in ruil voor ‘vredesafspraken’ met Hitler-Duitsland. Nooit meer ‘appeasement’, zo wordt nu gezegd. Nooit meer een verdrag met een dictator ten koste van anderen. Hoe terecht de kritiek op de vooroorlogse politiek van Groot-Brittannië en Frankrijk ook is, het domweg gelijk stellen van onderhandelingen met Rusland aan ‘appeasement’ gaat voorbij aan grote verschillen tussen de toenmalige en de huidige situatie (zie link en link). Een belangrijk punt is ook dat in 1938 de oorlog nog moest beginnen. Een toegeeflijke houding – de voortzetting van tien jaar binnenlandse en buitenlandse vriendschappelijke benadering van Hitler – speelde Duitsland in de kaart. In Oekraïne is het al vier jaar oorlog, en eigenlijk nog veel langer. De vraag is nu: hoe komt daar een eind aan, en hoe kan er aan de toekomst gebouwd worden. Een wezenlijk andere situatie dan 1938.

De Nobelprijs voor de vrede wordt elk jaar uitgereikt op 10 december. Toevallig is dat ook de internationale Dag van de Mensenrechten. Vrede en Recht kun je niet scheiden.

Vrede, of recht?

Niet vrede maar recht moet voorop staan, zo reageerde iemand op LinkedIn onlangs op een (voorzichtig) voorstel vanuit de vredesbeweging. Het is een accurate samenvatting van de dominante mening in het publieke debat, zeker ter linkerzijde. Doorvechten om recht te realiseren. Maar kan dat wel?

Is wat er gebeurt in de loopgraven dan recht? Is het beschadigen of vernietigen van miljoenen Oekraïense en Russische levens recht? Is het recht de prijs waard van decennia doorwerkende haat tussen bevolkingsgroepen? Is het de gigantische economische vernietiging waard en de enorme milieuvervuiling? Het klinkt zo nobel en stoer: oorlog voeren om onrecht te herstellen. Maar noem één voorbeeld waar dat gelukt is. Ik vel geen oordeel over de strijd van Oekraïne. Wel over het gemakzuchtige denken aan westerse kant, dat oorlog een aanvaardbaar perspectief maakt, en voortzetting van de strijd in Oekraïne een noodzakelijkheid.

 

Agressie en afschrikking

“Maar Rusland is agressief”, is een bekende tegenwerping. Of zoals Kaja Kallas zei, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU: Rusland heeft de afgelopen eeuw 19 landen aangevallen, en geen daarvan viel Rusland aan. (Voor het gemak veegt ze de Sovjet-Unie en Rusland op één hoop. De complexiteit van geschiedenis wordt geïllustreerd door het gegeven dat de Sovjet-leiders Chroesjtsjov en Breznjev beide hun carrière begonnen in Oekraïne, toen onderdeel van de SU, en Breznjev werd er zelfs geboren.)

Zullen we ook even tellen hoeveel landen zijn aangevallen door de VS? En meewegen dat de NAVO nu bondgenootschappen over de hele wereld aangaat met “like-minded partners”? Is het zo vreemd om te veronderstellen dat andere landen, die minder de westerse gedachtenlijn volgen, zich bedreigd kunnen voelen? In aangeharkt, welvarend en goed-bedoelend Europa is het misschien lastig voor te stellen dat grote delen van de wereld “ons”, het westen, met argwaan bekijken. De NAVO kan je zo maar komen bombarderen, in naam van mensenrechten, oliebelangen, of westerse veiligheid – het onderscheid is lastig te maken vanaf de grond.

“We moeten afschrikken” is een andere bekende tegenwerping, die ook door de Britse en Duitse staf-chefs in hun hierboven aangehaald artikel gebruikt wordt. Het is de bekende spreuk van “als je vrede wilt, bereid je voor op oorlog”. Een misleidende simplificatie. Bewapening lokt een wapenwedloop uit, en voortdurende pogingen om door aantallen of door nieuwe technologie de overhand te krijgen. Er is absoluut geen garantie dat meer bewapening een oorlog voorkomt, en historisch bewijs valt er ook niet voor te leveren. Het afschrikkingsidee gaat ervan uit dat de tegenstander calculeert dat de opgelopen schade van een aanval door hem groter is dan de verwachte opbrengst. Maar wie garandeert dat zijn calculatie gelijk is aan die van jou? Of dat er geen misrekening of overmoed in het spel is.

En bovendien: het is een drogredenatie om te zeggen dat je “alleen maar” afschrikt. Als je niet bereid bent daadwerkelijk je dreigementen waar te maken, en dus bereid bent om oorlog te voeren, is het dreigement loos. Je moet desnoods als eerste willen beginnen, om een vernietigende slag van de tegenstander voor te zijn. Volstrekt in lijn hiermee zijn NAVO-landen met kernwapens niet bereid om te verklaren dat ze deze wapens niet als eerste zullen gebruiken. Dat zegt genoeg over ‘niet-offensieve’ karakter van de NAVO.

 

Geopolitiek – dan maar de confrontatie?

De pest met geopolitieke grootmachten is dat ze per definitie bang zijn om hun macht weer te verliezen, of die angst nou reëel is of niet. Dat betekent niet dat iedereen maar tegen de klippen op moet gaan bewapenen om zijn eigen veiligheid te verzekeren. Dat is een recept voor economische ontregeling (hoge defensie-budgetten) én voor onbalans gevolgd door catastrofe: vroeger of later vliegt de vonk in het kruitvat. Dat is het scenario dat zich in 1914 afspeelde. Een gezondere manier om met geopolitieke machtsverhoudingen om te gaan is te erkennen dat alle partijen gerechtvaardigde veiligheidsbelangen hebben, en van daaruit te gaan onderhandelen over collectieve afspraken om aan die belangen tegemoet te komen. Dat riekt misschien naar het verdelen van de wereld in invloedssferen, maar zo bot hoeft het niet te zijn.

 

Dat twaalf jaar na de Cubacrisis een veelomvattend akkoord getekend kon worden in Helsinki, geeft hoop: het tij kan nog keren.

 

Het beste voorbeeld is het ontspanningsproces dat ingezet werd op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, en dat leidde tot afspraken over de beperking van kernwapens (SALT-1 verdrag) en tot de akkoorden van Helsinki over veiligheid, mensenrechten en economische en wetenschappelijke samenwerking. Hieruit ontstond later de nog steeds bestaande OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Dat de verdragen omstreden waren, bijvoorbeeld met betrekking tot de positie van de Baltische staten, en door sommigen gezien werden als een overwinning voor de Sovjet-Unie, doet niets af aan de betekenis ervan. Het ontspanningsproces zette door, en de akkoorden gaven, ook aan dissidenten binnen de Sovjet-Unie, een handvat om voor mensenrechten te pleiten. Na de ineenstorting van de SU in 1989 ontspoorde het proces door een combinatie van factoren. Eén daarvan was het behandelen van Rusland als de verliezer en een tweederangs-macht: slechts een “regional power” zoals Obama zei.

(Let ook even op dit citaat van Obama in dezelfde persconferentie: “We (the United States) have considerable influence on our neighbors. We generally don’t need to invade them in order to have a strong cooperative relationship with them”. Spreekt boekdelen over de Amerikaanse arrogantie. “Cooperative” kan je net zo goed door “coercive” vervangen.)

De situatie lijkt nu minstens zo gespannen als tijdens de Koude Oorlog. In feite is het gevaarlijker dan toen, door de onvoorspelbare effecten van nieuwe wapentechnologieën, door het afbreken van overlegstructuren, en door het vergeten van lessen uit het verleden. Hoop kan geput worden uit de ontwikkelingen een halve eeuw geleden: twaalf jaar na de Cubacrisis, die de wereld op de rand van een nucleaire oorlog bracht, kon een veelomvattend akkoord getekend worden in Helsinki. Het tij kan nog keren.

 

Een paar punten voor een ander beleid

  • Geef een realistisch beeld van de krachtsverhoudingen, en bedrijf geen propaganda.
  • Maak een einde aan de cyclus van vijandschap, door niet langer wantrouwen op wantrouwen te stapelen.
  • Spreek vertrouwenwekkende maatregelen af: geen nieuwe middellange afstandsraketten, geen troepen aan de grens, onderhandelingen over wapenbeheersing, etc.
  • Ga praten over collectieve veiligheidsafspraken in heel Europa. Pak de draad weer op die begin deze eeuw verlaten werd.
  • Besteed een significant deel van het defensiebudget niet aan wapens, maar aan onderzoek naar conflictpreventie en vreedzame oplossingen voor conflicten tussen en binnen staten.

Door Ton Rullmann

Meer Nieuws

Ook tijdens de gesprekken blijven de bommen vallen

Ook tijdens de gesprekken blijven de bommen vallen

Ook tijdens de gesprekken blijven de bommen vallen De ruil van 314 krijgsgevangenen van Rusland en Oekraïne, ieder 157 personen, is het meest concrete resultaat van de tweede directe onderhandelingsronde die gisteren is afgesloten. De afgelopen dagen onderhandelden...

Wanneer gaan we aan de slag voor vrede in de wereld?

Wanneer gaan we aan de slag voor vrede in de wereld?

Wanneer gaan we aan de slag voor vrede in de wereld? Commentaar van de Nieuwe Vredesbeweging op het coalitieakkoord van VVD, D66 en CDA   De Nieuwe Vredesbeweging is diep teleurgesteld over het coalitieakkoord tussen VVD, D66 en CDA. Op het punt van defensie en...