De logica van oorlog en de logica van vrede

12 March 2026
Opinie
Deel dit artikel op:

De logica van oorlog en de logica van vrede

Dolph Kessler / 10 maart 2026 / 

Welk denkraam is nodig voor geopolitiek en vredespolitiek?

In het debat over oorlog en vrede wordt vaak gesproken in bekende tegenstellingen: militarisme tegenover pacifisme, bewapening tegenover ontwapening, oorlog tegenover vrede. Deze begrippen hebben echter een probleem. Ze zijn ideologisch beladen en leiden vaak tot loopgraven in het debat. Wie zich antimilitarist noemt, wordt al snel in een politieke hoek geplaatst. Wie het belang van defensie benadrukt, lijkt automatisch de logica van bewapening te accepteren.

Misschien is er een vruchtbaarder manier om over dit onderwerp te spreken. In plaats van te denken in termen van ideologische posities, kunnen we kijken naar systemen van denken en handelen. Dan verschijnt een andere tegenstelling: de logica van oorlog tegenover de logica van vrede.

Die begrippen zijn minder ideologisch en meer analytisch. Ze helpen om te begrijpen hoe samenlevingen, staten en elites tot bepaalde keuzes komen – en waarom oorlog vaak als rationele optie verschijnt, zelfs wanneer de gevolgen rampzalig zijn.

In dit artikel verken ik wat de logica van oorlog inhoudt, waarom zij historisch zo dominant is geworden, en hoe een alternatieve logica van vrede zou kunnen worden ontwikkeld.

 

De logica van oorlog

Oorlog wordt vaak gezien als een irrationele uitbarsting van geweld. Maar veel militaire denkers hebben juist het tegenovergestelde betoogd: oorlog volgt een bepaalde politieke rationaliteit. De beroemde Pruisische strateeg Carl von Clausewitz formuleerde dit kernachtig toen hij schreef dat oorlog de “voortzetting van politiek met andere middelen” is. Daarmee bedoelde hij dat oorlog geen ontsporing van politiek is, maar een instrument binnen politieke strategie. Een ander uitspraak die de laatste jaren veel te horen is is de volgende:

“als je vrede wilt bereidt je dan op oorlog voor”.

Binnen deze logica van oorlog ontstaat een herkenbaar patroon van denken.

  • Ten eerste staat “dreiging” centraal. Staten gaan ervan uit dat andere staten hun belangen kunnen schaden. Dat leidt tot voortdurende aandacht voor militaire capaciteit en strategische positie.
  • Ten tweede worden vijanden gedefinieerd. Politieke systemen hebben vaak een duidelijk beeld van tegenstanders nodig om hun veiligheidsbeleid te rechtvaardigen.
  • Ten derde volgt een proces van macht opbouwen: militaire capaciteiten, bondgenootschappen en technologische superioriteit.
  • Ten vierde ontstaat een dynamiek van escalatie. Wanneer twee staten elkaar als potentiële bedreiging zien, kan elke defensieve maatregel door de ander worden geïnterpreteerd als voorbereiding op agressie. Zo ontstaat wat in de internationale betrekkingen het veiligheidsdilemma wordt genoemd.

Het resultaat is een systeem waarin oorlog steeds opnieuw als een rationele optie verschijnt.

 

Militarisering als proces

De logica van oorlog beperkt zich niet tot het bestaan van legers. Ze beïnvloedt ook hoe samenlevingen georganiseerd raken. Wanneer militaire dreigingen centraal komen te staan, kunnen verschillende maatschappelijke processen ontstaan, zoals de groei van defensiebudgetten, de versterking van veiligheidsapparaten, de geopolitieke framing van internationale relaties en van een politieke cultuur waarin conflict en rivaliteit centraal staan.

De Amerikaanse socioloog C. Wright Mills analyseerde dit proces al in de jaren vijftig. Hij beschreef hoe een netwerk van politieke, militaire en industriële belangen een permanent systeem van militarisering kan vormen.

Later waarschuwde ook de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower voor wat hij het military-industrial complex noemde: een structurele verwevenheid van defensie-industrie, politiek en militaire instituties. In zo’n systeem wordt de logica van oorlog niet alleen een strategie, maar een organiserend principe van de samenleving.

 

Escalatie als dynamiek van conflicten

Een belangrijk inzicht in hoe conflicten escaleren komt uit het werk van de Oostenrijkse conflict- en organisatiedeskundige Friedrich Glasl. Glasl ontwikkelde een invloedrijk model dat beschrijft hoe conflicten zich stap voor stap verdiepen en verharden.

Zijn zogenaamde escalatietrap onderscheidt negen treden, verdeeld over drie fasen.

De eerste fase betreft conflicten waarin partijen nog geloven dat discussie en argumentatie de situatie kunnen oplossen. De strijd is scherp, maar rationeel overleg blijft mogelijk.

In de tweede fase verschuift het conflict naar een strijd om macht en reputatie. Partijen proberen elkaar te beschadigen en vertrouwen verdwijnt. De relatie verslechtert structureel.

In de derde fase verandert het conflict in een destructieve dynamiek waarin het doel niet langer winnen is, maar het vernietigen van de tegenstander – zelfs als dat ook schade voor zichzelf betekent.

Hoewel Glasl zijn model vooral ontwikkelde voor conflicten tussen mensen en organisaties, is het opmerkelijk goed toepasbaar op geopolitieke conflicten. Internationale spanningen volgen vaak een vergelijkbare escalatielogica: van diplomatieke frictie, via politieke en economische confrontatie, naar uiteindelijk militair geweld. De escalatietrap laat zien dat oorlog zelden plotseling ontstaat. Ze is meestal het eindpunt van een lang proces van escalatie.

 

Waarom oorlog zo grondig is bestudeerd

Opvallend genoeg bestaat er een enorme hoeveelheid kennis over oorlog, terwijl systematische studie van vrede veel schaarser is. Dat heeft historische oorzaken.

Zo was oorlog eeuwenlang een kernfunctie van de staat. Volgens de historicus en socioloog Charles Tilly hebben oorlog en staatsvorming elkaar wederzijds versterkt: oorlog dwong staten om belastingen te organiseren, bureaucratieën op te bouwen en legers te professionaliseren.

Ook hadden politieke elites een direct belang bij militaire kennis. Militaire superioriteit kon territorium, rijkdom en prestige opleveren. Daarom ontstonden militaire academies, strategische studies en uitgebreide doctrines.

Bovendien heeft oorlog een dramatische aantrekkingskracht in de menselijke verbeelding. Grote conflicten zoals de World War I en de World War II domineren historische herinnering. Vrede daarentegen is vaak onzichtbaar; ze wordt pas opgemerkt wanneer ze verdwijnt.

Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw ontstond er een academisch werkwijze waarbinnen men vrede systematisch probeert te analyseren.

 

Negatieve en positieve vrede

Een belangrijk conceptueel onderscheid binnen vredesstudies werd ontwikkeld door Johan Galtung. Hij maakte onderscheid tussen negatieve vrede en positieve vrede.

Negatieve vrede betekent simpelweg de afwezigheid van georganiseerd geweld tussen staten: er is geen oorlog. Dat lijkt misschien een bescheiden doel, maar de geschiedenis laat zien hoe moeilijk het is om dat te bereiken en te behouden.

Positieve vrede gaat verder. Daarbij gaat het om samenlevingen waarin rechtvaardige sociale structuren bestaan, waar ongelijkheid en onderdrukking worden verminderd en waar conflicten structureel op vreedzame wijze kunnen worden opgelost.

Hoewel positieve vrede een inspirerend ideaal vormt, is zij ook veel moeilijker te definiëren en te meten. Wat precies rechtvaardige structuren zijn, verschilt immers per samenleving.

Wanneer we spreken over een logica van de vrede in de geopolitiek, gaat het in eerste instantie vooral om het bereiken en stabiliseren van negatieve vrede: het voorkomen van oorlog tussen staten. Dat is al een buitengewoon complexe opgave. Positieve vrede kan daarbij een lange termijn horizon vormen, maar is als direct beleidsdoel vaak moeilijker hanteerbaar.

 

Historische pogingen om een vredessysteem te creëren

Hoewel oorlog lange tijd dominant was, zijn er wel degelijk momenten geweest waarop staten probeerden een systemische logica van vrede te ontwikkelen.

Na de verwoestingen van de World War I ontstond een eerste poging om internationale conflicten institutioneel te beheren via de League of Nations. Het idee was dat diplomatie en internationale samenwerking oorlog konden voorkomen. Dat systeem bleek echter te zwak. Zonder steun van alle grote mogendheden kon de agressie niet effectief tegenhouden.

 

Na de Tweede Wereldoorlog volgde een nieuwe poging met de oprichting van de Verenigde Naties. Tegelijkertijd ontstond in Europa een radicaal experiment in politieke integratie. Onder leiding van figuren zoals Jean Monnet en Robert Schuman werd geprobeerd nationale economieën zo sterk te verweven dat oorlog tussen Europese staten praktisch ondenkbaar zou worden. Uit dat project groeide uiteindelijk de European Union. Veel historici beschouwen dit als een van de meest succesvolle vredesprojecten uit de moderne geschiedenis.

 

De logica van vrede

Wanneer men vrede niet alleen als ideaal maar als systeem beschouwt, ontstaat een andere manier van denken over internationale politiek.

In een logica van vrede staat niet het overwicht van één partij centraal, maar de stabiliteit van het geheel. Enkele principes spelen daarbij een rol.

  • Ten eerste is veiligheid wederzijds. Stabiliteit ontstaat wanneer alle betrokken partijen zich relatief veilig voelen, niet wanneer één partij absolute dominantie bereikt.
  • Ten tweede speelt interdependentie een rol. Economische, politieke en culturele verwevenheid verhoogt de kosten van conflict.
  • Ten derde zijn instituties belangrijk. Organisaties, verdragen en rechtsmechanismen kunnen conflicten kanaliseren voordat ze escaleren.
  • Ten vierde is erkenning van historische trauma’s en belangen essentieel. Veel langdurige conflicten worden gevoed door herinneringen aan vernedering of onrecht.

Deze elementen vormen samen een alternatief voor de logica van rivaliteit en escalatie.

 

Van protest naar ontwerp

Een belangrijk verschil tussen klassieke vredesbewegingen en een mogelijke nieuwe benadering ligt in de manier waarop politiek wordt benaderd.

Veel vredesbewegingen richten zich op protest tegen oorlog. Dat kan belangrijke maatschappelijke druk creëren, maar het blijft vaak reactief. Een benadering gebaseerd op de logica van vrede zou eerder proberen systemen en gedragslijnen te ontwerpen die conflicten structureel verminderen.

 

Een intellectuele uitdaging

De studie van oorlog heeft eeuwenlange tradities in strategie, militaire doctrine en geopolitiek. De studie van vrede is daarentegen relatief jong. Dat betekent dat er nog een grote intellectuele uitdaging ligt: het ontwikkelen van een systematische theorie van vrede die net zo analytisch en strategisch is als de militaire theorie. Het onderscheid tussen logica van oorlog en logica van vrede is daarbij naar mijn mening een bijzonder relevante manier om naar geopolitieke processen en conflicten te kijken. Het verschuift het debat van ideologische posities naar een analyse van systemen. Niet de vraag of staten een leger moeten / mogen hebben staat dan centraal, maar de vraag welke logica onze internationale politiek domineert en op welke manier geopolitieke conflicten worden aangepakt.

 

Slot

De geschiedenis laat zien dat oorlog niet alleen het gevolg is van menselijke agressie, maar ook van structuren, instituties en denkpatronen. Die vormen samen een krachtige logica die staten richting rivaliteit en escalatie duwt.

Maar dezelfde geschiedenis laat ook zien dat andere systemen mogelijk zijn. Internationale samenwerking, economische integratie en diplomatieke instituties hebben op verschillende momenten laten zien dat vrede niet alleen een ideaal is, maar ook een politieke realiteit kan zijn.

De uitdaging voor de toekomst is daarom het verder ontwikkelen van een logica van vrede – een manier van denken waarin stabiliteit, wederzijdse veiligheid en institutionele samenwerking de kern van geopolitiek vormen. Waarschijnlijk kunnen we daarmee niet alle oorlogen voorkomen, maar wel een veel groter aantal dan nu het geval is.

 

 

 

Meer Nieuws

Oorlogseconomie of vredeseconomie?

Oorlogseconomie of vredeseconomie?

We staan op een kruispunt; richten we het huishouden van onze samenleving in op oorlog of op vrede? Deze vraag hangt direct samen met hoe we naar onszelf, onze medemens en de wereld kijken. Kiezen we voor een doordenderende kapitalistische concurrentieslag? Kiezen we...