Durven Kiezen voor Vrede
– RON ZOETMULDER
VREDE IS GEEN AFWEZIGHEID VAN OORLOG, MAAR EEN DEUGD DIE VOORTKOMT UIT DURF – Baruch Spinoza
Investeren in wapens betekent eigenlijk investeren in oorlog, en de enige winnaar van oorlog is de wapenindustrie. Wapenbeurzen en massa-evenementen zoals BEDEX en NIDV Exhibition for Defence and Security (NEDS), de eerste met een gala gesponsord door ING en Theo Francken (minister van Defensie België) en Bart De Wever (premier van België) als eregasten, zal de levensgevaarlijke verwevenheid tussen politiek en de oorlogsindustrie alleen maar versterken.
Laten we daarmee durven stoppen!
De wapenindustrie draait zo goed als volledig op overheidsgeld en kan niet overleven zonder. Dat belastinggeld komt van domeinen die daadwerkelijk dienen voor de gezamenlijke veiligheid en onze welvaart: huisvesting, cultuur, onderwijs, welzijn en gezondheidszorg, klimaat en ontwikkelingssamenwerking. Los van de vragen die we kunnen stellen over de zin en onzin van een wapenwedloop in een wereld met massavernietigingswapens, zijn burgers niet gebaat bij een oorlogseconomie. Integendeel, burgers willen een goed dak boven hun hoofd, willen voedsel en andere basisbehoeften tegen betaalbare prijzen kunnen kopen in een winkel, willen vrij van angst leven en gezellig met elkaar kunnen kletsen, thuis of in het dorpshuis.
Durven Kiezen voor Vrede
Een verhaal over moed, menselijkheid en het herverdelen van onze prioriteiten
Een wereld op een kruispunt – jouw blik op veiligheid
Het is een heldere, koude dag in maart en de klokken slaan niet meer.
Alles is digitaal. Stel jezelf voor: je wordt wakker in een wereld waarin technologie ons verbindt, wetenschap geneest en communicatie bruggen slaat tussen mensen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten. Het lijkt fantastisch en we zitten er midden in. We beleven en ervaren het nu. Toch voel je dat er tegelijkertijd iets niet klopt. Terwijl we zogenaamde vooruitgang boeken, groeit de wapenindustrie en worden defensiebudgetten alleen maar groter. We staan niet alleen op het punt waar alles mogelijk lijkt of misschien zelfs is, maar ook waar onzekerheid gretig wordt gevoed door angst en bewapening.
Wat betekent veiligheid eigenlijk voor jou? Is het bescherming tegen externe dreigingen, zoals grensconflicten, terrorisme of cyberaanvallen? Of zie je veiligheid als het waarborgen van sociale rechtvaardigheid, toegang tot zorg, voldoende huisvesting en de vrijheid om zonder angst en uitsluiting te leven? Misschien denk je aan die oudere dame in het huis naast je die zich veilig voelt omdat ze weet dat de hele straat haar te hulp schiet als het nodig is. Of aan iemand die pas echt gerust is als er voldoende politie op straat loopt.
Denk eens terug aan een moment waarop jij je veilig voelde. Was dat in een gezellig en warm huis, omringd door familie? Of juist toen je wist dat er duidelijke regels en bescherming waren? Misschien herinner je een situatie waarin het niet ging om wapens, maar om een hand op je schouder en woorden van geruststelling. Wat is voor jou de essentie van veiligheid? Bestaat die uit hekken, muren, sloten en camera’s, of uit vertrouwen en verbondenheid?
Op dit kruispunt van vooruitgang en onzekerheid nodig ik je uit om te reflecteren: welke vorm van veiligheid wens jij voor jezelf, je familie, je buurt, en voor de wereld? Is het alleen het afwenden van dreigingen, of juist het samen bouwen aan een samenleving waarin welzijn, respect en rechtvaardigheid centraal staan? Durf je te kiezen voor een visie die verder gaat dan de angst voor het onbekende, en ruimte maakt voor hoop en verbinding?
Oorlog en gewapende conflicten bestaan al zolang de georganiseerde menselijke samenleving, met wortels die teruggaan tot het Neolithicum en de Bronstijd. Er is feitelijk nooit een langdurige periode in de geschiedenis geweest zonder oorlog, waardoor het een constant fenomeen is door de hele menselijke geschiedenis heen. Georganiseerde oorlogsvoering begon toen mensen zich vestigden en bezit (land, hulpbronnen) gingen verdedigen, wat intensiveerde tijdens de Bronstijd. Archeologisch bewijs toont aan dat gewapend conflict en door wapens veroorzaakt letsel door de eeuwen heen constant aanwezig zijn. Volgens de Stichting Vluchteling is het aantal conflicten wereldwijd momenteel ongekend hoog, met diverse actieve oorlogen en onrusthaarden in 2024 en 2025. Hoewel er periodes van relatieve vrede tussen grootmachten zijn geweest, zijn er bijna altijd ergens ter wereld conflicten gaande.
António Guterres richtte zich tot wereldleiders: “Het is duidelijk dat de wereld de middelen heeft om levens te verbeteren, de planeet te herstellen en een toekomst van vrede en rechtvaardigheid te verzekeren. In 2026 roep ik leiders overal ter wereld op: neem het serieus. Kies voor mens en planeet in plaats van pijn. Laten we dit nieuwe jaar samen opstaan: voor rechtvaardigheid. Voor de mensheid. Voor vrede.”
Interessant is het feit dat IJsland vaak wordt genoemd als een van de meest vreedzame landen, doordat het geen eigen leger heeft en sinds de onafhankelijkheid niet actief aan oorlogen heeft deelgenomen. Costa Rica heeft sinds 1949 geen leger meer en is politiek gezien zeer stabiel en vreedzaam. Veel kleine eilandstaten zoals Kiribati, Nauru en diverse Caraïbische eilanden hebben geen eigen leger, waardoor ze zelden of nooit actief in oorlog zijn.
Ik nodig je uit om bovenstaande vragen niet alleen met je hoofd te beantwoorden, maar vooral ook met je hart. Want veiligheid is meer dan een afwezigheid van gevaar – het is een gezamenlijke zoektocht naar menselijkheid, verbondenheid en moed om werkelijk te kiezen voor vrede.
Investeren in wapens is investeren in oorlog
De stelling investeren in wapens is investeren in oorlog is een moreel en ethisch standpunt dat momenteel al wel centraal staat in het maatschappelijk debat over duurzaam beleggen. Er zijn verschillende, vaak tegenstrijdige, perspectieven op dit onderwerp. Ik wil dit echter nu verder trekken dan het beleggen op zich. Of eigenlijk helemaal uit het beleggerswereldje halen, want ik weet inmiddels dat geld meer kapot maakt dan je lief is. Maar goed, daar hebben we het nu niet over. Dit boek gaat over vrede en kiezen voor vrede.
Er zijn een paar organisaties die betogen dat investeringen in de wapenindustrie onethisch zijn, omdat ze direct of indirect bijdragen aan conflicten, het schenden van mensenrechten en onnodig leed.
Overheden investeren miljarden in wapensystemen en presenteren dit regelmatig als een bijdrage aan vrede. En zo gaat dit al millennia door. Toch zijn wapens niet bedoeld om alleen maar stof te verzamelen: ze worden ontworpen voor daadwerkelijk gebruik. De logica van de industrie is glashelder, wapens zijn geen vredessymbolen, maar instrumenten die uiteindelijk ingezet zullen worden wanneer de situatie daarom vraagt. En als wapens ingezet worden, gaan er slachtoffers vallen.
Door te investeren in wapens, investeren we in de mogelijkheid, en soms zelfs in de waarschijnlijkheid, van oorlog. De wapenindustrie groeit immers bij conflicten. Economisch gezien is er belang bij het voortduren van spanningen: hoe groter de dreiging, hoe meer er geïnvesteerd wordt en hoe meer de industrie floreert. Dit creëert een markt waarin conflicten niet als gevaar worden beschouwd, maar als zakelijke kansen. Nog geen tien jaar geleden gold beleggen in de wapenindustrie als omstreden. Nu kopen Nederlanders massaal aandelen van defensiebedrijven. Oorlog en conflicten zijn een verdienmodel geworden. India en Pakistan bijvoorbeeld verkeren al jaren op voet van oorlog. En toch blijven Nederlandse financiële instellingen beleggen in de wapenleveranciers van deze landen.
Het betekent niet dat de mensen die in de wapensector werken per definitie slechte bedoelingen hebben. Veel werknemers doen hun werk binnen het systeem van economische prikkels. Maar het systeem zelf zorgt ervoor dat bewapening als vanzelfsprekend wordt gezien, terwijl ontwapening juist economisch onaantrekkelijk is. Dit leidt tot een situatie waarin het aanjagen van oorlogseconomie ten koste gaat van investeringen in domeinen die werkelijk bijdragen aan veiligheid en welzijn, zoals huisvesting, cultuur, onderwijs en zorg.
De enige winnaar van oorlog
Er is geen vaste winnaar van oorlog in het algemeen. De winnaar is de partij die haar doelen behaalt of de tegenstander dwingt tot overgave, wat per conflict verschilt. Oorlog kent vele verliezers: burgers die hun huizen verliezen, jongeren die hun toekomst verliezen, samenlevingen die vertrouwen verliezen. De enige echte structurele winnaar van oorlog is de wapenindustrie. Politici beslissen over oorlog en vrede, niet economen. Of worden de politici aangestuurd door diegenen die aan oorlog verdienen? Diegenen die CEO of eigenaar zijn van bedrijven in de wapenindustrie, diegenen die hun geld investeren en beleggen in de wapenindustrie. De economie speelt een sleutelrol. Economische kracht (of zwakte) is mede bepalend voor de uitkomst van elke oorlog. Maar de economie bepaalt hoeveel geld er in vredestijd is voor een robuuste defensie. Een toepasselijke graadmeter van oorlogsangst is de koers van de Duitse tankbouwer Rheinmetall. Op de dag voor de inval van Rusland in Oekraïne drie jaar geleden stond de koers op 98 euro, nu op 1.197 euro.
Terwijl steden in puin liggen en gezinnen rouwen, stijgen aandelenkoersen van defensiebedrijven. Productielijnen draaien op volle toeren. Nieuwe contracten worden ondertekend. Elke escalatie betekent nieuwe bestellingen. In een echte doorgevoerde oorlogseconomie is het economische mechanisme van oorlog een totale mobilisatie van middelen, waarbij de staat de markt domineert om de militaire inzet te maximaliseren, vaak ten koste van de civiele welvaart.
Dat is geen complot, maar een economisch mechanisme. Een markt die groeit bij conflict zal conflicten nooit als existentiële bedreiging ervaren, maar als zakelijke opportuniteit.
De verleiding van wapenbeurzen
Wapenbeurzen presenteren zich als neutrale netwerkevenementen. Innovatie, technologie, internationale samenwerking — dat zijn de woorden die klinken in conferentiezalen.
Neem bijvoorbeeld BEDEX of de NIDV Exhibition for Defence and Security (NEDS). Dit zijn massa-evenementen waar producenten, beleidsmakers en militaire vertegenwoordigers elkaar ontmoeten.
Wanneer zulke evenementen worden opgeluisterd met gala’s, gesponsord door financiële instellingen zoals ING, en wanneer prominente politici zoals Theo Francken en Bart De Wever als eregasten optreden, ontstaat een symboliek die verder gaat dan louter economische samenwerking.
Het toont hoe nauw politiek, financiën en defensie-industrie met elkaar verweven kunnen raken.
Als je een wapenbeurs hebt bezocht, zie je het: oorlog dijt uit. Van land, zee en lucht, naar cyberspace en zelfs verder in de ruimte. Grote krachten proberen elkaar te overtreffen met hypermoderne, peperdure wapens. En niemand die je er spreekt, is daar echt kritisch over of vraagt zich hardop af waar dit allemaal toe gaat leiden. Niet de soldaten die hun land beschermen, de politici die meer banen willen, de fabrikanten die ongelooflijk veel geld verdienen of de onderzoekers die meedenken over de ontwikkeling van nog meer wapentuig. Allemaal hebben ze hun eigen drijfveren en belangen, maar samen creëren ze een steeds groter wordende moloch die voortdurend moet worden gevoed.
Het wederzijdse wantrouwen neemt toe, de internationale spanningen lopen op en de wapenindustrie floreert als nooit tevoren. En dat is erg eng. Als je over de beurs loopt merk je niets van spanningen of conflicten. Alles is er schoon, je wordt gemasseerd door Koreaanse dames als je bij hun stand gaat kijken, je krijgt overal cadeautjes, het biedt aan een ieder kansen en het geeft vertrouwen. De oorlog wordt niet gevoerd op de wapenbeurs, die is ver weg. En toch hebben alle bedrijven die er op de beurs staan oorlog nodig, om te scoren, om geld te verdienen en de ander voor te blijven. Netjes, schoon en met een glimlach.
Politiek en industrie: een gevaarlijke verwevenheid
Democratie veronderstelt dat politieke beslissingen het algemeen belang dienen. Maar wanneer een sector grotendeels afhankelijk is van overheidsgeld, ontstaat een wederzijdse afhankelijkheid. De wapenindustrie draait zo goed als volledig op publieke middelen. Zonder overheidscontracten kan ze niet overleven. Dat betekent dat belastinggeld, wat toch echt geld is van de burgers, rechtstreeks de productie van wapens financiert. Wanneer politici tegelijk beleidsmaker, pleitbezorger en promotor van diezelfde industrie worden, vervaagt de grens tussen publieke verantwoordelijkheid en private belangen. Dat is geen beschuldiging aan individuen, maar een oproep tot waakzaamheid tegenover structuren die belangen vermengen. De verwevenheid tussen politiek en industrie wordt vaak gezien als een gevaarlijke relatie, omdat de belangen van macht en kapitaal kunnen botsen met het algemeen belang, de democratische integriteit en veiligheid. Deze symbiose kan leiden tot structurele risico’s waarbij de overheid niet langer onafhankelijk opereert, maar sturing geeft ten gunste van specifieke industriële sectoren, wat leidt tot een gebrek aan transparantie en mogelijke corrumperende handelingen. Momenteel is er sprake van een sterke verwevenheid tussen politiek en de defensie-industrie, die profiteert van geopolitieke spanningen. Deze miljarden voor wapens kunnen leiden tot een gevaarlijke kloof tussen retoriek over veiligheid en de daadwerkelijke vrede. Ook de integratie van AI in militaire systemen door dit industrieel-academisch complex wordt als een risico gezien. Onderzoeken hebben in het verleden aangetoond dat de bestuurlijke integriteit structureel gevaar loopt wanneer politiek en bepaalde industriële sectoren, zoals de veesector te nauw samenwerken, wat leidt tot corrumperende situaties. De verwevenheid tussen pensioenfondsen en de financiële sector wordt gezien als een risico voor de opbouw van pensioenen. In sectoren zoals de chemische industrie kunnen industriële processen met gevaarlijke stoffen risico’s opleveren voor de veiligheid, waarbij de overheid een cruciale rol speelt in de regulering en toezicht. Werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW en MKB-Nederland zijn vaak in gesprek met de politiek over het belang van de Nederlandse maakindustrie, waarbij soms wordt gesproken over een hetze tegen het bedrijfsleven. Ondernemers uiten bezorgdheid over de stabiliteit en betrouwbaarheid van de politiek, wat invloed heeft op investeringsbeslissingen. Politieke chaos leidt ertoe dat bedrijven minder investeren. De overheid stuurt actief aan op de vestiging en groei van de nationale industrie. De balans tussen het bevorderen van de economie en het waarborgen van de publieke integriteit en veiligheid blijft een punt van continue maatschappelijke discussie en zorg.
Wat kost een oorlogseconomie ons écht?
Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. Nederland verhoogt het defensiebudget in 2026 naar € 26.860.528.000 (ruim 26,8 miljard), een aanzienlijke stijging door verbeterde veiligheidseisen, meldt het Ministerie van Defensie. Hiermee voldoet Nederland aan de NAVO-norm van ten minste 2% van het bruto binnenlands product (bbp). In 2024 was dit ongeveer € 19,9 miljard. De wereldwijde uitgaven aan defensie zijn de afgelopen jaren geëxplodeerd en bereiken recordhoogtes, vooral aangedreven door geopolitieke spanningen en de oorlog in Oekraïne. In 2024 gaven landen wereldwijd samen 2700 miljard dollar uit aan defensie, dat staat gelijk aan 334 dollar per wereldbewoner. Vier procent (93 miljard) van de jaarlijkse wereldwijde militaire uitgaven van 2700 miljard zou volstaan om de wereldwijde honger tegen 2030 te beëindigen!
De miljarden die naar bewapening gaan, kunnen niet tegelijk worden geïnvesteerd in:
• betaalbare huisvesting
• cultuur en gemeenschapsvorming
• onderwijs
• welzijn en gezondheidszorg
• klimaatbeleid
• ontwikkelingssamenwerking
Dat zijn domeinen die daadwerkelijk bijdragen aan menselijke veiligheid en welvaart. Los van de fundamentele vragen over de zin en onzin van een wapenwedloop in een wereld met massavernietigingswapens, is één ding duidelijk: burgers zijn niet gebaat bij een oorlogseconomie. Een oorlogseconomie normaliseert permanente dreiging. Ze legitimeert wantrouwen. Ze maakt conflict tot een structureel verdienmodel.
Wat burgers werkelijk willen
Wat willen mensen écht? De mens wil in de kern gelukkig zijn, betekenis vinden en zich verbonden voelen. Fundamentele behoeften omvatten zekerheid, liefde, persoonlijke groei en waardering. Het streven is vaak gericht op het ontwikkelen van eigen talenten, het maken van zinvolle keuzes en het ervaren van tevredenheid in het dagelijks leven. Je wil een goed dak boven je hoofd. Voedsel tegen betaalbare prijzen. Toegang tot zorg wanneer je ziek bent. Onderwijs voor je kinderen. Je wil een leefbare planeet. Vrij zijn van angst. Gezellig kunnen praten, thuis of in het dorpshuis. Misschien handiger voor je op een rijtje:
1. zekerheid en veiligheid (op bekend terrein)
2. uitdaging en afwisseling (vernieuwing)
3. waardering krijgen en van betekenis zijn voor een ander
4. liefde en verbondenheid
5. zelfexpressie
6. persoonlijke groei
7. zingeving
Dit zijn geen utopische verlangens. Het zijn basisbehoeften. Mensen zijn sociale wezens die behoefte hebben aan relaties, erkenning en van betekenis zijn voor anderen. We hebben in beginsel geen behoefte om andere mensen pijn te doen of erger, uit te moorden.
Veiligheid heruitvinden
Wat als we veiligheid anders definiëren? Als menselijke waardigheid en niet als militaire superioriteit. Militaire superioriteit wordt vaak gezien als een middel om veiligheid te waarborgen, maar het is geen directe garantie voor veiligheid en kan zelfs leiden tot een gevoel van onveiligheid! Veiligheid is niet alleen bescherming tegen een externe vijand. Veiligheid is ook sociale zekerheid, betaalbare energie, stabiele gemeenschappen en vertrouwen in elkaar. Een sterk leger en een duidelijk zichtbare militaire kracht worden gezien als een integraal onderdeel van ons nationale veiligheidssysteem en een waarborg voor de binnenlandse veiligheid. Militaire superioriteit biedt echter niet altijd blijvende veiligheid. In sommige gevallen kan een ongelijke krachtsverhouding waarbij één partij dominant is juist leiden tot verminderde veiligheid. Het streven naar technologische superioriteit, denk aan AI, versterkt bestaande dreigingen en kan leiden tot een onveiligere wereld, waarbij veiligheid meer omvat dan alleen wapenbezit. Veiligheid wordt niet alleen bepaald door superioriteit, maar ook door collectieve veiligheid, zoals bijvoorbeeld het NAVO-bondgenootschap. Het vergroten van de militaire macht om oorlog te voorkomen, kan juist averechts werken en leiden tot een escalatie van geweld. Militaire superioriteit is een onderdeel van het huidige veiligheidsbeleid, maar veiligheid is een breder concept dat ook diplomatie en strategische allianties omvat. Maar echte veiligheid ontstaat wanneer ongelijkheid afneemt, wanneer diplomatie sterker wordt dan dreiging, wanneer internationale samenwerking gericht is op conflictpreventie in plaats van escalatie.
Investeren in vrede betekent investeren in dialoog, onderwijs, armoedebestrijding, klimaatactie en rechtvaardige economische structuren. Investeren in vrede is een veelzijdig proces dat verder gaat dan alleen afwezigheid van oorlog; het gaat om het opbouwen van positieve vrede. Dit omvat conflictpreventie, dialoog, rechtvaardigheid en structurele aanpak van de oorzaken van geweld. We moeten investeren in vredesonderhandelingen en diplomatieke kanalen om conflicten op te lossen voordat ze escaleren. We moeten rechtsstaten en het beschermen van mensenrechten versterken, dit draagt bij aan een stabiele samenleving. We kunnen inzetten op conflictpreventie door oorzaken van spanningen vroegtijdig aan te pakken. We zullen moeten stoppen met investeren in de wapenindustrie en kiezen voor banken en fondsen die ethisch en vredesbevorderend beleggen. Het is goed om organisaties zoals PAX en de Nieuwe Vredesbeweging, die werken aan inclusieve vrede, burgerbescherming en beëindiging van gewapend geweld, te ondersteunen. We moeten gaan investeren in onderwijs dat gericht is op begrip, tolerantie en geweldloze conflictbeheersing. Actief gaan werken aan het doorbreken van wij-zij denken en het versterken van de dialoog tussen verschillende groepen in de samenleving. We moeten een betrouwbare overheid kiezen, dit vermindert de kans op intern conflict. We moeten economische ongelijkheid, die tot onrust leidt, wegnemen. Iedereen moet toegang krijgen tot betrouwbare informatie, dit voorkomt manipulatie en escalatie. We moeten vragen om investeringen in diplomatie en vrede in plaats van enkel in defensie en bewapening. Investeren in vrede is een strategische keuze voor duurzame veiligheid, waarbij wordt gekozen voor menselijk kapitaal en structurele oplossingen en niet voor militaire afschrikking.
De kracht van burgerlijke moed
Verandering begint niet alleen in parlementen, maar ook in woonkamers. In de hoofden en gedachten van de mensen op straat, in huis, in het buurtcentrum, in het jongerencentrum en op het slagveld. Rosa Luxemburg beschrijft in haar boek De Russische Revolutie (1918) hoe de Russische soldaten, moegestreden door de imperialistische oorlog, de wapens neerlegden en zich aansloten bij de revolutionaire arbeiders. Volgens Rosa Luxemburgs analyse in 1918 legden de Russische soldaten spontaan hun wapens neer in 1917, gedreven door de drang naar vrede en revolutie. Rosa riep zelf ook, met name in de Junius-brochure (1915/1916), op tot het neerleggen van de wapens in de imperialistische oorlog door arbeiders uit alle landen, inclusief Rusland.
Burgerlijke moed vormt de basis van een open, op mensenrechten gerichte samenleving. Het is een kracht die democratische competenties in de praktijk brengt, bijvoorbeeld door in te grijpen bij discriminatie of onrecht. Burgerlijke moed komt vaak voort uit empathie en de wens om een ander te beschermen. Het toont compassie door zachtmoedig te zijn voor het slachtoffer en ferm tegen de dader. Het fungeert als een tegenkracht die essentieel is voor een gezonde rechtsorde. Waar macht kan leiden tot misbruik, biedt burgerlijke moed samenspraak en tegenspraak. Moed is niet de afwezigheid van angst, maar het vermogen om de confrontatie met onzekerheid, intimidatie of dreiging aan te gaan. Het is de morele kracht om de stap te wagen en te handelen volgens je eigen waarden. Het toont persoonlijk leiderschap door trouw te blijven aan jezelf en je ethische principes. Burgerlijke moed maakt van een toeschouwer een deelnemer die de samenleving positief beïnvloedt door nee te zeggen tegen onrecht en ja tegen menselijkheid.
Burgers hebben meer invloed dan ze soms denken:
• door kritische vragen te stellen
• door transparantie te eisen
• door te stemmen
• door vreedzaam te organiseren
• door alternatieven zichtbaar te maken
• door nee te zeggen
• door gewoon geen wapens op te pakken
De geschiedenis leert dat maatschappelijke verschuivingen vaak beginnen bij mensen die durven zeggen: dit kan anders.
Laten we daarmee durven stoppen
Het is tijd om een ongemakkelijke waarheid onder ogen te zien: investeren in wapens betekent investeren in oorlog.
En als de enige structurele winnaar van oorlog de wapenindustrie is, dan moeten we ons afvragen of dat het soort economie is dat we willen voeden.
Durven stoppen betekent:
• her-prioriteren van publieke middelen
• transparantie rond de verwevenheid van politiek en defensie-industrie
• investeren in menselijke veiligheid
• kiezen voor diplomatie en preventie
Vrede is geen naïef ideaal. Het is een politieke en economische keuze.
De vraag is niet of we ons vrede kunnen veroorloven.
De vraag is of we ons oorlog kunnen blijven veroorloven.
Laten we daarmee durven stoppen.
Hoe gaan we stoppen?
Dat is de kernvraag. Niet alleen waarom we moeten stoppen met het voeden van een oorlogseconomie, maar vooral hoe we dat concreet gaan doen. Stoppen gebeurt niet in één gebaar. Volgens Johan Cruijff en mij zou het best wel kunnen, simpel, gewoon stoppen. Maar voor de mensheid en de wereld is het een proces op meerdere niveaus tegelijk: politiek, economisch en maatschappelijk. Ik zal proberen een realistisch stappenplan uiteen te zetten.
Veiligheid moeten we opnieuw definiëren. Zolang veiligheid bijna automatisch wordt gelijkgesteld aan militaire uitgaven, blijft het debat vastzitten. We moeten veiligheid herdefiniëren als: bestaanszekerheid, toegang tot zorg en onderwijs, energie- en voedselzekerheid, klimaatstabiliteit en sterke diplomatie.
We gaan geldstromen transparant maken. Veel burgers weten niet hoeveel belastinggeld naar defensiecontracten gaat en hoe sterk industrie en politiek verweven zijn. Dit houdt in dat er volledige openheid over defensiecontracten moet komen, er transparantie over lobbycontacten moet zijn en er een publieke rapportering van investeringen door banken moet worden gedaan. Wanneer evenementen zoals NIDV Exhibition for Defence and Security (NEDS) of BEDEX plaatsvinden, moet duidelijk zijn wie financiert, wie deelneemt en welke beleidskeuzes eraan gekoppeld zijn. Transparantie alleen stopt niets, maar het maakt democratische controle mogelijk.
Ook gaan we zorgen voor economische alternatieven. Je stopt een oorlogseconomie namelijk niet door simpelweg fabrieken te sluiten. Je stopt haar door alternatieven aan te geven. Converteer defensieproductie naar civiele technologie (duurzame energie, infrastructuur, medische apparatuur). Investeer in regionale werkgelegenheid buiten de militaire sector. Stimuleer innovatieprogramma’s gericht op klimaat en zorg. De kennis en technische capaciteit in de defensiesector kan worden ingezet voor maatschappelijke noden.
De publieke investeringscriteria moeten we hervormen. Nu spelen banken en pensioenfondsen een sleutelrol. Als instellingen zoals ING investeren in defensie gerelateerde activiteiten, dan is dat mogelijk omdat regelgeving het toelaat. Overheden kunnen strengere ethische investeringskaders opleggen, wapenexport strikter reguleren en publieke fondsen uitsluiten van wapensystemen. Dat is geen radicale stap, het is beleidskeuze.
Via diplomatie internationale spanningen verminderen. Een wapenwedloop ontstaat vaak uit wederzijdse angst. Meer militaire uitgaven aan één kant leiden tot meer uitgaven aan de andere kant. We gaan daarentegen Investeren in diplomatieke relaties, conflictpreventie, internationale verdragen en vertrouwenwekkende maatregelen. Dit kan die dynamiek afremmen. Dat vraagt wel om politieke moed want diplomatie levert minder zichtbare kracht-symboliek op dan nieuwe wapensystemen.
We gaan burgerlijke druk beter organiseren. Politieke keuzes veranderen zelden zonder maatschappelijke druk. Je moet niet vergeten dat burgers kritische vragen kunnen stellen aan verkozenen, vreedzame acties kunnen organiseren, in staat zijn transparantie te eisen, hun stemgedrag af kunnen laten hangen van het vredesbeleid en lokale initiatieven kunnen ondersteunen die inzetten op sociale veiligheid. Democratie is geen toeschouwerssport.
Doorbreek het narratief, het zogenaamde samenhangende verhaal van onvermijdelijkheid. Een van de krachtigste ideeën in een oorlogseconomie is: het moet nu eenmaal. Dit is natuurlijk grote onzin! Het moet helemaal niet! We moeten vrede! Niets in beleid is onvermijdelijk. Budgetten zijn keuzes. Prioriteiten zijn keuzes. Allianties zijn keuzes. De vraag is niet of stoppen mogelijk is. De vraag is of er voldoende politieke en maatschappelijke wil is.
Wat betekent “stoppen” concreet? Stoppen betekent niet naïef ontwapenen. Het betekent geen automatische stijging van defensiebudgetten zonder democratisch debat, geen normalisering van permanente wapenbeurzen als economisch speerpunt, geen vanzelfsprekende vermenging van politiek en industrie maar wel structurele investeringen in menselijke veiligheid.
De realiteit is dat we morgen niet wakker zullen worden in een wereld zonder wapens. Maar we kunnen wel vandaag beginnen met prioriteiten te verschuiven, vragen te stellen, alternatieven te eisen en het idee te normaliseren dat vrede geen zwakte is, maar rationeel beleid.
Stoppen is geen knop. Het is een koerswijziging. En elke koerswijziging begint met het besef dat we niet verplicht zijn om door te gaan zoals we bezig zijn.
Een jaar lang vrede op aarde
Een jaar lang vrede op aarde zou een ongekende transformatie van de wereldorde betekenen, waarbij conflicten worden opgelost door dialoog in plaats van geweld. Dit ideaalbeeld, dat soms wordt aangeroepen als een moment van bezinning of een streven naar een betere wereld, ziet er als volgt uit: einde van gewapende conflicten: wereldwijd staken legers hun aanvallen. Initiatieven zoals de Internationale Dag van de Vrede roepen op tot een 24-uurs wapenstilstand, maar in dit scenario wordt dit uitgebreid tot een volledig jaar. Wederzijds Respect en Verbondenheid: vrede betekent niet slechts de afwezigheid van oorlog, maar actieve, goede verhoudingen tussen mensen en volkeren. Het is een situatie van heelheid en saamhorigheid. Maatschappelijke impact: dit jaar biedt ruimte voor reflectie op onderwerpen als vrede als daad, waarbij pacifisme en dialoog centraal staan in plaats van militair ingrijpen. Hoop en leiderschap: het vereist actieve inzet van leiders om genocide en aanvallen te stoppen, zoals in Darfoer of Oekraïne, en om veiligheid en samenwerking boven geweld te verkiezen. In de context van cultuur en media wordt vrede op aarde ook symbolisch gebruikt voor warmte en verbinding, bijvoorbeeld in de bekende oudejaarsconference, waar wordt teruggeblikt en excuses worden aangeboden.
Een jaar lang vrede op aarde, dus géén oorlogen, géén gewapende conflicten, géén geweld tussen staten, zou de wereld ingrijpend veranderen. Niet perfect. Niet utopisch. Maar wél merkbaar anders. Het jaar zou er als volgt uit kunnen zien.
Oorlogsgebieden vallen stil. In plaatsen waar al jaren strijd is, zoals in Oekraïne, Soedan, of tussen Israël en Palestina, zou het dagelijks leven plots veranderen. Geen luchtalarmen, geen bombardementen, geen nieuwe vluchtelingen. Families zouden herenigd worden en de wederopbouw zou onmiddellijk beginnen. Zelfs één jaar zonder geweld zou honderdduizenden levens redden!
Waar wachten we nog op?
Miljarden valuta verschuiven van wapens naar mensen. Wereldwijd geven landen meer dan 2,7 biljoen dollar per jaar uit aan defensie. Als dat één jaar zou worden omgeleid gaat er meer geld naar onderwijs, komen er investeringen in klimaatmaatregelen, komt er snellere ontwikkeling van schone energie, is er verbeterde gezondheidszorg en schuldverlichting voor arme landen. Stel je voor: militaire budgetten die tijdelijk naar armoedebestrijding gaan.
Waar wachten we nog op?
Het klimaat krijgt ademruimte. Oorlogen vervuilen enorm (explosies, branden, militaire logistiek). Een jaar vrede zou minder CO₂-uitstoot, minder vernietiging van ecosystemen en meer internationale samenwerking rond klimaat betekenen. Misschien zouden landen samen grote klimaatakkoorden versnellen, zoals eerder geprobeerd bij het Akkoord van Parijs.
Waar wachten we nog op?
Er komt wereldwijd mentale rust. Oorlog beïnvloedt niet alleen soldaten, maar hele samenlevingen met als gevolg minder trauma bij kinderen, minder angst in nieuws en politiek en meer vertrouwen tussen landen. De media zou minder focussen op conflict en meer op samenwerking.
Waar wachten we nog op?
Diplomatie wordt het nieuwe wapen. Als landen verplicht zijn om conflicten zonder geweld op te lossen, zijn er meer vredesconferenties, komt er creatieve diplomatie en regionale samenwerking. Organisaties zoals de Verenigde Naties zouden ineens veel centraler staan.
Waar wachten we nog op?
Maar… het zou nog geen perfecte wereld zijn. Er zouden nog steeds politieke spanningen bestaan en de economische ongelijkheid blijft. Ook de criminaliteit stopt niet automatisch en ideologische verschillen verdwijnen niet. Vrede betekent afwezigheid van oorlog, helaas nog niet meteen automatisch harmonie. Wat misschien het grootste effect zou zijn is dat mensen zouden zien dat vrede kán. En misschien zou één jaar genoeg zijn om te bewijzen dat permanente vrede niet naïef is, maar een keuze.
Gaan we van een jaar naar voor altijd?
