HET REGIMECHANGE NARRATIEF IS EEN INSTRUMENT VAN KOLONIAAL IMPERIALISME
Auteur: Ahmet Daskapan
(Vervolg op het eerdere artikel over de oorlog tegen Iran)
In de strijd tegen koloniale machten vanuit de onderdrukte volkeren is de karakteristiek van de onderdrukte niet relevant voor de keuze om de strijd van onderdrukten te steunen. Zeker in een gerechtvaardigde verdediging van soevereine volkeren tegen imperiale aanvallende grote machten en hun handlangers.
Het verplaatsen van de focus van stop de oorlog tegen Iran naar kritiek op het aangevallen Iraanse volk door het imperialisme is niets anders dan verwarring zaaien en het imperiale REGIMECHANGE narratief van koloniaal imperialisme kracht bijzetten.
Wanneer een soeverein land militair wordt aangevallen door grote machten en hun bondgenoten moet het uitgangspunt van iedere anti oorlogspositie helder zijn, namelijk het veroordelen van de agressie en het verdedigen van het recht van volkeren op soevereiniteit en zelfbeschikking. Het debat verschuiven naar de interne politieke orde van het aangevallen land betekent in feite dat het fundamentele principe van nationale onafhankelijkheid wordt ondermijnd.
Dit mechanisme is historisch herkenbaar. Koloniale en neokoloniale interventies worden zelden gepresenteerd als machtsstrijd of geopolitieke belangenpolitiek. Zij worden vrijwel altijd verdoezeld met een morele rechtvaardiging. Democratie, mensenrechten en bevrijding worden naar voren geschoven als argumenten om oorlog of interventie te legitimeren.
In het geval van Iran zien wij precies dezelfde retoriek terugkeren. De agressie tegen Iran wordt gepresenteerd alsof zij gericht zou zijn op bevrijding van de Iraanse bevolking. In werkelijkheid wordt hiermee een klassiek regimechange narratief herhaald dat al decennialang wordt gebruikt om interventies tegen soevereine staten te rechtvaardigen.
Het gevaar van deze redenering is dat zij het onderscheid tussen twee fundamenteel verschillende vragen vervaagt. Enerzijds is er het recht van een volk om vrij te zijn van buitenlandse dominantie. Anderzijds bestaat er de interne politieke discussie binnen dat land zelf. Door deze twee kwesties met elkaar te vermengen wordt de indruk gewekt dat buitenlandse agressie gerechtvaardigd kan zijn wanneer men kritiek heeft op de regering van het aangevallen land.
Dat is precies de ideologische logica die koloniale interventies historisch altijd heeft begeleid.
Daarom is het noodzakelijk om het uitgangspunt helder te houden. Kritiek op de interne politiek van een land kan bestaan en wordt ook vaak door de bevolking van dat land zelf gevoerd. Dat kan echter nooit een rechtvaardiging vormen voor oorlog, militaire druk of regimechange operaties door externe machten.
In een situatie waarin een soeverein land wordt aangevallen is het eerste en fundamentele uitgangspunt daarom eenvoudig en duidelijk. Niet het beoordelen van de interne politiek van dat land staat centraal maar het verwerpen van de agressie en het verdedigen van het recht van volkeren om hun eigen politieke toekomst te bepalen.
In de huidige oorlogsdreiging rond Iran betekent dit dat het politieke debat niet moet worden afgeleid door discussies die de aandacht verschuiven van de agressie zelf. De kern van het vraagstuk blijft dat een soeverein land wordt geconfronteerd met militaire druk van grote machten die openlijk spreken over verzwakken of vervangen van de Iraanse regering.
Daarom moet het uitgangspunt helder blijven. Het verwerpen van het regimechange narratief en het ondubbelzinnig verdedigen van het principe dat volkeren hun eigen politieke toekomst bepalen zonder buitenlandse interventie.
De strijd tegen oorlog vereist duidelijkheid en politieke consistentie. Wie werkelijk tegen oorlog is kan niet tegelijkertijd het regimechange narratief reproduceren dat juist wordt gebruikt om oorlog te legitimeren.
De conclusie is daarom eenvoudig en principieel.
Stop de oorlog tegen Iran.
Respecteer de soevereiniteit van het Iraanse volk.


