IRAN OORLOG VOOR EEN NIEUWE KOLONIALE ORDE!

23 March 2026
Artikel | Militarisatie
Deel dit artikel op:

İRAN OORLOG VOOR EEN NİEUWE KOLONİALE ORDE!

DEFİNİTİEVE BREUK MET PSEUDO DEKOLONİALE ANTİ OORLOG NARRATİEVEN NOODZAKELİJK!

Auteur: Ahmet Daskapan

Wanneer men de huidige oorlog tegen Iran analyseert, is het onvoldoende om deze uitsluitend te beschrijven als een militair conflict tussen staten. Oorlogen zijn zelden alleen militaire gebeurtenissen. Zij zijn tegelijkertijd politieke projecten, economische herstructureringen, strategische machtsoperaties ideologische constructies waarmee wereldordes worden gevormd en herschikt. In dat opzicht kan de oorlog tegen Iran beter worden begrepen wanneer zij wordt geplaatst in een bredere historische lijn van interventies, waaronder de oorlog in Vietnam maar ook latere conflicten zoals Irak en Afghanistan.

De vergelijking met Vietnam is niet bedoeld om de situaties identiek te verklaren. De historische contexten verschillen, de geografische omstandigheden zijn anders en ook de militaire doctrines zijn veranderd. Toch vertonen beide oorlogen een opmerkelijke overeenkomst, zij maken deel uit van een bredere strijd over soevereiniteit, geopolitieke controle en de vraag wie uiteindelijk bepaalt welke staten, regimes politieke systemen in de wereld als legitiem worden beschouwd.

Tegelijkertijd toont de vergelijking met Vietnam ook een opvallend verschil dat in het huidige debat nauwelijks wordt benoemd. Tijdens de Vietnamoorlog ontwikkelde zich wereldwijd een brede anti oorlog beweging die de koloniale logica van de oorlog scherp doorzag. In het huidige debat rond Iran is die helderheid veel minder vanzelfsprekend. Een belangrijk element daarin is de rol van wat men kan aanduiden als pseudo dekoloniaal links, bredere progressieve kringen die zeggen tegen oorlog te zijn maar tegelijkertijd het regimechange narratief blijven reproduceren.

Politiek perspectief, legitimatie van interventie

De Vietnamoorlog werd door de Verenigde Staten gepresenteerd als een noodzakelijke stap in de strijd tegen het communisme. In het kader van de Koude Oorlog werd het conflict gelegitimeerd via de zogenoemde domino theorie, wanneer Vietnam communistisch zou worden zouden andere landen in Azië volgen. Deze redenering diende als politieke rechtvaardiging voor een steeds diepere Amerikaanse betrokkenheid die uiteindelijk uitmondde in een massale militaire interventie.

De oorlog tegen Iran wordt niet in dezelfde ideologische termen gevoerd. De retoriek van anti communisme heeft plaatsgemaakt voor argumenten rond veiligheid, stabiliteit, nucleaire dreiging en bescherming van bondgenoten. Toch vertonen beide oorlogen een vergelijkbare politieke structuur. In beide gevallen presenteert een grootmacht haar interventie als een noodzakelijke stap ter bescherming van de internationale orde terwijl het tegelijkertijd gaat om het disciplineren of herstructureren van een staat die zich onttrekt aan de geopolitieke agenda van diezelfde grootmacht.

De taal van veiligheid en stabiliteit fungeert daarmee als politieke legitimatie voor een interventie die uiteindelijk gericht is op het herschrijven van de machtsverhoudingen in een regio.

Maar precies op dit punt ontstaat vandaag een ideologische vertroebeling. Een deel van links en progressief Europa presenteert zich als tegenstander van oorlog terwijl men tegelijkertijd blijft spreken over de noodzaak van regime change of over de wenselijkheid van een ander Iraans regime. Daarmee wordt de koloniale essentie van de oorlog naar de achtergrond geduwd.

Geografisch perspectief, strijd om strategische knooppunten

De geografie van Vietnam en Iran is fundamenteel verschillend maar in beide gevallen speelt de strategische ligging een cruciale rol. Vietnam bevond zich in het hart van Zuidoost Azië op het kruispunt van Chinese invloed, Sovjetmacht en de Amerikaanse Pacific strategie. Het terrein van Vietnam, jungle, bergen, rivieren en poreuze grenzen, maakte het land bij uitstek geschikt voor langdurige guerrillaoorlog.

Iran daarentegen ligt in het hart van West Azië en vormt een geopolitieke spil tussen het Midden Oosten, Centraal Azië en de Kaukasus. Het land grenst aan de Perzische Golf, een van de belangrijkste energiecorridors ter wereld en ligt in de nabijheid van cruciale maritieme routes zoals de Straat van Hormuz. Waar Vietnam vooral een ideologisch strijdtoneel was in de Koude Oorlog is Iran een strategisch knooppunt in het mondiale energiesysteem.

Dit betekent dat een oorlog tegen Iran onmiddellijk gevolgen heeft voor energieprijzen, wereldhandel en geopolitieke stabiliteit in een groot deel van Eurazië.

Economisch perspectief, oorlog en wereldmarkten

De economische dimensie van oorlog wordt vaak onderschat. De Vietnamoorlog draaide niet primair om directe grondstoffen maar om de bescherming van een mondiale economische orde waarin de Verenigde Staten een dominante positie hadden. De angst was dat een revolutionair nationalistisch model elders navolging zou krijgen en daarmee de Amerikaanse invloed in Azië zou ondermijnen.

Bij Iran ligt de economische dimensie veel directer aan de oppervlakte. Iran beschikt over enorme olie en gasreserves en speelt een sleutelrol in de energiestromen van de wereldmarkt. Een verandering van regime in Iran zou niet alleen politieke gevolgen hebben maar ook ingrijpende economische effecten, herintegratie in internationale markten, nieuwe investeringsstromen, privatisering van staatssectoren en herstructurering van energiecontracten.

In die zin is de oorlog tegen Iran niet alleen een militair conflict maar ook een strijd om de toekomstige economische ordening van de regio.

Strategisch perspectief, van bezetting naar ontwrichting

De militaire strategieën van Vietnam en Iran verschillen sterk. In Vietnam werd een klassieke grondoorlog gevoerd met honderdduizenden Amerikaanse soldaten. De strategie bestond uit territoriale controle, counterinsurgency en langdurige militaire aanwezigheid.

Een dergelijke strategie is in Iran veel minder waarschijnlijk. Iran is geografisch groter, demografisch omvangrijker en militair complexer dan Vietnam destijds was. Moderne oorlogvoering richt zich daarom minder op volledige bezetting meer op ontwrichting, luchtaanvallen, cyberoorlog, economische sancties, sabotage van infrastructuur en politieke destabilisatie.

Het doel van dergelijke strategieën is niet noodzakelijk territoriale controle maar het verzwakken van staatscapaciteiten en het creëren van omstandigheden waarin een politieke herstructurering mogelijk wordt.

Regime change, het recht om regeringen te kiezen

Een van de meest controversiële aspecten van moderne interventies is het concept van regime change. In Vietnam steunden de Verenigde Staten een Zuid Vietnamees regime dat afhankelijk was van Amerikaanse steun terwijl zij tegelijkertijd politieke processen blokkeerden die tot nationale hereniging hadden kunnen leiden.

In het geval van Iran wordt regime change regelmatig expliciet besproken in politieke en strategische analyses. Daarmee wordt impliciet erkend dat het conflict niet alleen gaat over veiligheid of nucleaire kwesties maar over de vraag welke regering in Iran uiteindelijk acceptabel wordt geacht door externe machten.

Hier verschijnt opnieuw de rol van pseudo dekoloniaal links. In plaats van de koloniale oorlog zelf centraal te stellen wordt de kritiek op het Iraanse regime primair gemaakt. Daarmee wordt gesuggereerd dat de oorlog tegen Iran misschien problematisch is maar dat het regime tegelijkertijd ook het probleem vormt. Deze redenering lijkt kritisch maar functioneert in werkelijkheid als ideologische ondersteuning van het regimechange narratief.

Het impliciete uitgangspunt van deze redenering is dat progressieve krachten buiten Iran beter zouden weten wat het Iraanse volk nodig heeft dan het Iraanse volk zelf. Daarmee reproduceert men precies de koloniale mentaliteit die men zegt te bestrijden.

Neoliberale shockdoctrine

De Canadese auteur Naomi Klein beschreef in haar analyse van moderne oorlogen en crises de zogenaamde shockdoctrine. Volgens deze theorie worden oorlogen en rampen gebruikt om radicale economische hervormingen door te voeren die onder normale omstandigheden op sterke maatschappelijke weerstand zouden stuiten.

De Vietnamoorlog vond plaats in een periode waarin het neoliberalisme nog niet de dominante economische ideologie was. Maar latere conflicten zoals Irak tonen hoe militaire interventie vaak gepaard gaat met economische herstructurering, privatisering van staatsbedrijven, liberalisering van markten en openstelling voor buitenlandse investeringen.

In het geval van Iran zou een eventuele politieke omwenteling vrijwel zeker gepaard gaan met een ingrijpende economische herstructurering. Oorlog kan daarmee functioneren als een schokmoment dat de deur opent voor een nieuwe economische orde.

Dekoloniaal perspectief, oorlog en beschavingshiërarchie

Vanuit een dekoloniaal perspectief kan de oorlog tegen Iran worden gezien als onderdeel van een langere geschiedenis waarin westerse mogendheden zich het recht toekennen om politieke systemen buiten hun eigen wereld te beoordelen te corrigeren te vervangen.

Vietnam was een duidelijk voorbeeld van een postkoloniale strijd, eerst tegen de Franse koloniale overheersing daarna tegen een internationale orde waarin buitenlandse machten de politieke toekomst van het land probeerden te bepalen.

Iran bevindt zich in een andere historische context maar het onderliggende mechanisme vertoont overeenkomsten. Wanneer externe machten bepalen welke regeringen legitiem zijn welke politieke systemen acceptabel zijn wanneer militaire interventie gerechtvaardigd is ontstaat een hiërarchische wereldorde waarin soevereiniteit ongelijk wordt verdeeld.

Een werkelijk dekoloniale positie vereist daarom een heldere politieke lijn. In een situatie van oorlog moet de koloniale aanval centraal staan in de analyse. Regime kritiek kan een legitiem onderdeel zijn van interne politieke strijd binnen een samenleving maar wanneer een land wordt aangevallen door externe machten behoort deze kritiek niet tot het narratief van de anti oorlog beweging.

Wanneer dat onderscheid niet wordt gemaakt ontstaat een onzuivere analyse die het verzet tegen oorlog verdeelt en vertroebelt.

De noodzaak van een heldere dekoloniale lijn

Het huidige moment vraagt daarom om een principiële breuk met pseudo dekoloniale narratieven. De strijd tegen oorlog vereist een duidelijke rode lijn. Regime change narratieven moeten radicaal worden afgewezen. Regime kritiek in oorlogssituaties behoort primair tot de interne politieke ruimte van het aangevallen land zelf.

Wanneer anti oorlog bewegingen deze grens niet trekken worden zij onbedoeld onderdeel van hetzelfde narratief dat de oorlog legitimeert. Het resultaat is een ideologische verwarring waarin verzet tegen oorlog geleidelijk wordt opgenomen in het discours van koloniale machtspolitiek.

Een duidelijke en zuivere scheiding tussen het verzet narratief en de narratieven van koloniaal kapitaal, zoals regime change en regime kritiek, is daarom principieel noodzakelijk. Een onzuiver narratief tegen oorlog brengt elke vorm van verzet uiteindelijk in dezelfde stroom terecht die de koloniale oorlog ondersteunt, ongeacht de intenties van degenen die eraan deelnemen.

Daarom is een definitieve breuk met pseudo dekoloniale narratieven vandaag noodzakelijk.

Conclusie

De oorlog tegen Iran kan niet worden begrepen als een geïsoleerd conflict. Zij maakt deel uit van een bredere geopolitieke dynamiek waarin militaire macht, economische belangen en ideologische narratieven samenkomen. In vergelijking met Vietnam is de vorm van oorlog veranderd, minder massale grondoorlog meer technologische en economische druk. Maar de onderliggende vraag blijft dezelfde.

Wie bepaalt uiteindelijk de politieke orde van de wereld.

Wanneer oorlog wordt ingezet om staten te disciplineren, regimes te vervangen en economische structuren te herschrijven ontstaat het beeld van een wereld waarin machtige staten niet alleen hun belangen verdedigen maar ook de regels bepalen waaraan andere staten zich moeten conformeren.

Daarom heeft de strijd voor vrede vandaag een heldere politieke en ideologische lijn nodig. Een consequente dekoloniale positie betekent een principiële afwijzing van nieuwe koloniale oorlogen, een radicale afwijzing van regime change narratieven en een duidelijke scheiding tussen het verzet tegen oorlog en het koloniale discours dat deze oorlogen legitimeert. Alleen op basis van zo’n heldere lijn kan een geloofwaardige internationale anti oorlog beweging opnieuw vorm krijgen.

Meer Nieuws

Hoe de twee oorlogen elkaar steeds meer kruisen

Hoe de twee oorlogen elkaar steeds meer kruisen

Hoe de twee oorlogen elkaar steeds meer kruisen   De ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne worden momenteel doorkruist door de oorlog in het Midden-Oosten. Die begon op zaterdag 28 februari met de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran. Maar met aanvallen op...

Militarisme is absurd. De toekomst is aan pacifisme

Militarisme is absurd. De toekomst is aan pacifisme

Militarisme is absurd. De toekomst is aan pacifisme Militarisme is populair. De duizelingwekkende stijging van onze militaire uitgaven naar 3,5 tot 5% van het BNP krijgt brede steun van onze volksvertegenwoordigers. Net als de groei van ons leger naar 100.000 mensen...