Symposium ‘Vredeseducatie juist nu!’ – Keynote Lidija Zelović

1 September 2026
Artikel | vredeseducatie
Deel dit artikel op:

Symposium ‘Vredeseducatie juist nu!’ 13 juni 2026

Keynote Lidija Zelović

De rol van economie in het ontstaan van oorlogen

Oorlogen ontstaan niet opeens, maar zijn het gevolg van een opeenstapeling van factoren. Economische instabiliteit is daarin een constante.
Zo ligt een belangrijke oorzaak van het uitbreken van de oorlog in voormalig Joegoslavië in 1991 in de wereldwijde schuldencrisis van 1979, beschrijft Susan Woodward, professor of political science aan de City University of New York in haar boek “Balkan Tragedy: Chaos and Dissolution After the Cold War” (1995). Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) sloot een zogenaamd ‘stand-by stabilisation agreement’ af met Joegoslavië en legde vervolgens bezuinigingsmaatregelen op die per definitie binnen een kapitalistisch kader vielen. Dat botste fundamenteel met de manier waarop het land was ingericht: socialistisch. Het resultaat was economische ontwrichting en groeiende instabiliteit.

In tijden  van economische crisis is veel meer mogelijk. Crises worden niet alleen doorstaan, maar ook benut. Naomi Klein beschreef dit mechanisme in haar boek ‘The Shock Doctrine’(2007). ’Never waste a good crises’ noemde Klein het. Ervaring en literatuur leert dat mensen in economisch instabiele tijden angstiger, kwetsbaarder en makkelijker te sturen zijn. Een bange bevolking vervalt makkelijk in polarisatie, en met een gepolariseerde en daardoor zwakke bevolking kan een regering doen wat ze wil. Dit geldt net zo hard voor bijvoorbeeld Nederland als voormalig Joegoslavië.

De mythe van de democratische bescherming: Göring en Gilbert

Dat democratie -waarmee Nederland zich gelukkig prijst- beschermt tegen ellende en oorlog is een mythe. Dit bewijst ook een interview met Hermann Göring, in gevangenschap na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Nürnberg-verhoren. Hij werd daar geinterviewd door de Duist sprekende inlichtingenofficier en psycholoog Gustave Gilbert. Göring zei:

“Natuurlijk, het volk wil geen oorlog. Waarom zou een arme sloeber op een boerderij zijn leven willen riskeren in een oorlog als het beste wat hij eruit kan halen is om ongedeerd terug te keren naar zijn boerderij? Natuurlijk wil het gewone volk geen oorlog; niet in Rusland, niet in Engeland, niet in Amerika, en ook niet in Duitsland. Dat is begrijpelijk. Maar uiteindelijk zijn het de leiders van het land die het beleid bepalen, en het is altijd een fluitje van een cent om het volk mee te slepen, of het nu een democratie, een fascistische dictatuur of een communistische dictatuur is.”

Gilbert wierp tegen: ‘’Er is een verschil, in een democratie heeft het volk inspraak via zijn gekozen vertegenwoordigers, en in de Verenigde Staten kan alleen het Congres oorlogen verklaren.’’

Waarop Göring antwoordde: “O, dat is allemaal mooi en aardig, maar met of zonder stemrecht, het volk kan altijd naar de pijpen van de leiders worden gejaagd. Dat is makkelijk. Je hoeft ze alleen maar te vertellen dat ze worden aangevallen, en de pacifisten te veroordelen voor gebrek aan patriottisme en het in gevaar brengen van het land. Het werkt overal hetzelfde.”

Dit is geen cynisme. Het is een nuchter mechanisme dat we keer op keer terugzien, ook in landen die zichzelf trotse democratieën noemen.

Morele architectuur, de media en de werkelijkheid die zij construeren

Na het einde van de Koude Oorlog en strijd tegen het communisme vereenvoudigde ons wereldbeeld. Morele suprematie werd leidend, gelegitimeerd door Francis Fukuyama’s bestseller The End of History (1992), waarin hij betoogde dat de liberale democratie het eindpunt van de menselijke ideologische evolutie had bereikt — niet alleen het einde van een historische periode, maar het einde van de geschiedenis als zodanig: het universele eindmodel van menselijk bestuur. Die morele architectuur heeft sindsdien een gevaarlijke logica gekregen: waarden-geleide buitenlandse politiek. De redenering luidt: onze waarden zijn universeel, wie ze niet deelt is de vijand, en het is onze plicht die vijand te bestrijden. Historisch gezien is dit altijd de weg naar oorlog en militarisering geweest. Het is een post-religieuze manier van naar de wereld kijken — geseculariseerd, maar even fundamentalistisch. Wie de morele consensus niet aanvaardt, verliest zijn morele geloofwaardigheid. Dat mechanisme installeert morele angst, en morele angst is de sterkste motor van oorlogsacceptatie.

Het staat vast dat de media in Rusland manipuleren. Dat probeert niemand te negeren. Maar hoe vaker in jouw media zo’n premisse over de media elders herhaald wordt, des te meer de zorgen over de media in je eigen land gerechtvaardigd zijn. Door de mediamanipulatie dáár diametraal tegenover de media in je eigen land te plaatsen, wordt zonder dit te benoemen benadrukt dat je eigen media geheel objectief zouden zijn.
De Amerikaanse politicoloog Michael Parenti, onder andere, waarschuwde daar al lang voor. Hij wees erop dat journalisten op deze manier de werkelijkheid bezitten en beheersen, en die vervolgens gebruiken als wapen. Op subtiele, maar aanhoudende wijze bepalen ze de grenzen van het respectabele politieke discours, en ze sturen de publieke aandacht in richtingen die het bestaande politiek-economische systeem ondersteunen. Hun eigen ideologische vooroordelen maskeren ze achter een schijn van objectiviteit. De Nederlandse wetenschapper Tabe Bergman toont dit specifiek aan voor Nederland in zijn stuk The Case of Dutch Media.

Zelf heb ik de werking van deze manipulatie ondervonden in mijn eigen journalistieke werk. Maar ook over hoe er in Nederland over Joegoslavië werd bericht. Mijn herinneringen van mijn geboorteland werden steeds vager en gebaseerd op wat steeds herhaald werd, ging ik me dingen herinneren die ik nooit zag, en voelen wat ik nooit voelde en het werd steeds moeilijker om mijn authentieke ervaring terug te halen.

Niemand ontkomt aan de manipulatie. Hoe rijker het land, hoe beter de manipulatie, zou je kunnen zeggen. Een onderzoek van Damir Nikšić, een Bosnische conceptueel kunstenaar en links politicus, kan dit verduidelijken.

De media spraken in de context van de oorlogen in Joegoslavië over “Servische strijdkrachten”, over de “Servische regering” (net zoals de regering in Sarajevo “islamitisch” werd genoemd), en over “misdaden van Servische strijdkrachten”, die later in het collectieve bewustzijn kortweg “Servische misdaden” werden genoemd, gepleegd door “Servische criminelen.” In de beeldvorming is het volgende moeilijk te ontkomen: het beschrijvende bijvoeglijk naamwoord (in dit geval “Servisch”) beschrijft niet het zelfstandig naamwoord (in dit geval “criminelen”), maar het zelfstandig naamwoord (“criminelen”) wordt wel opgevat als een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord dat van toepassing is op alle Serviërs.

Om het even dichter bij u thuis te brengen: het begrip ‘’christelijk Europa’’ duidde ooit het christelijke deel van Europa aan, aangezien er in Spanje in de Middeleeuwen een -zeer geavanceerd en ontwikkeld- Al-Andalus gebied bestond dat honderden jaren door moslims werd geregeerd. Later begon de term “christelijk Europa” te evolueren; bij de bevolking duidde het niet meer alleen op het christelijk gedeelte van Europa, maar wilde aangeven dat Europa christelijk is, en dan ook alleen christelijk. En dat het anders geen Europa is, oftewel er niet toe behoort.

Terug naar het voorbeeld uit voormalig Joegoslavië: de term “Servische criminelen” die in het collectieve (onder)bewustzijn de betekenis van “slechte Serviërs” kreeg, is afgeleid van de omschrijving “misdaden van Servische strijdkrachten” door de media. Helaas is de term na de oorlog op talloze monumenten (en zelfs op het stadhuis in Sarajevo) genormaliseerd. “Op deze plek hebben Servische misdadigers in de nacht van 25 op 26 augustus 1992 de Nationale en Universiteitsbibliotheek van Bosnië en Herzegovina in brand gestoken.”

Paranoia voor socialisme en bagatellisering van het fascistische gevaar

Westerse media focusten zich destijds vooral op het “regime van Milošević”, volgens veel onderzoeken vooral omdat het over de Socialistische Partij ging. Ook al was Milošević een doorsnee nationalist die alleen een overgebleven naam van de partij aanhield en ook al kost het me moeite om niet vooral te kotsten op Slobodan Milošević, is het volgende stuk belangrijk – omdat dit veel zegt over de werking van de media, en hoe de fouten in de toenmalige berichtgeving nu nog gevaarlijk doorwerken.

Sommige media (in de algemene euforie en sfeer na de val van de Berlijnse Muur en het socialisme in het algemeen) grepen naar de overgebleven en achterhaalde retoriek en methoden uit de Koude Oorlog en naar elke gelegenheid om het socialistische idee en de socialistische ideologie verder te besmeuren en af ​​te schilderen als wreed en bloeddorstig.

De fascistische en nazistische ideologie was na de economische crisis op het grondgebied van de Joegoslavische staat aan het ontwaken en heeft het uiteindelijk ook verslonden. Met dit gevaar moest de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië in haar handelen altijd rekening houden; in de Globale Westerse, vooral Duitse handelwijze werd dit echter genegeerd. Het leek erop dat de redacteuren en producenten van televisiestations en kranten niet erg geïnteresseerd waren in het fascisme en racisme dat ronddwaalde in voormalig Joegoslavië en over de mogelijkheid dat het eventueel kon verspreiden. Ook al waarschuwden veel intellectuelen, ballingen en vluchtelingen luidkeels voor de heropleving van ooit verslagen ideologieën.

De herrezen fascisten en racisten in Joegoslavië werden ‘ultranationalisten’ genoemd. De bevolking van Joegoslavië betaalde de hoogste prijs voor het handelen van de heroplevende rechtervleugel van deze zogenaamde “ultranationalisten”. De Servische ‘ultranationalisten’ kregen terecht veel politieke -en media aandacht. Maar buiten het historische referentiekader en vanwege het negeren van hun Kroatische ‘ultranationalistische’ pendant, konden ze makkelijk gezien worden als een lokaal iets, iets wat bij de bloedige Balkan hoort en resultaat is van een systeem (socialisme) dat gefaald heeft. Buiten de historische context konden de Servische ‘ultranationalisten’ ook regelmatig op één hoop gegooid worden met de ‘gevaarlijke’ socialisten.

De media hebben nooit met dezelfde felheid, of op zijn minst met dezelfde paranoia (als ten opzichte van communisten en links), gewezen op deze racistische, extreemrechtse ideologie van blanke Europese christelijke suprematie, het “bloed en bodem”-principe, de ideologische en pathologische haat jegens andere rassen, culturen, beschavingen en volkeren. Ze hadden er een soort “blinde vlek” voor ontwikkeld, destijds in Joegoslavië en nu ook al jarenlang met betrekking tot Oekraïne.

De belangrijkste thema’s en tevens ideologische vijanden waren en zijn “islamitisch fundamentalisme” en “bolsjewisme”, terwijl talloze wreedheden en burgerslachtoffers werden beschouwd als neveneffecten in plaats van als overduidelijke uitingen van fascisme en nazisme.

Het was in dit licht makkelijk om de Europese genocide op de moslims van Europa toe te schrijven aan een perifeer volk, aan het “genocidale” Servische volk, en het geheel voor te stellen als een lokale stammenoorlog in de provincie, aan de rand van het rijk, om zo de handen in onschuld te wassen. En het kwam goed uit daarbij niet de blik te hoeven richten op het eigen antisemitisme en vooroordeel tegen alles wat Arabisch, moslim, niet-Europees, “niet-blank” was, op de eigen vooringenomenheid en haat tegen alles wat progressief en links was, op het eigen racisme en op de eigen blanke christelijke suprematie.

Lessen die we kunnen trekken

Het ‘Joegoslavië experiment’ is op veel fronten belangrijk voor vandaag, alle fouten die toen gemaakt werden zijn nu drie keer zo gevaarlijk. We zien bijvoorbeeld dat de huidige Kroatische politiek steeds verder radicaliseert en dat de fascistische groet ‘Za Dom Spremni’ (‘voor het vaderland – gereed!’) die in de Tweede Wereldoorlog tot bloei kwam, sinds de oorlog in de Jaren ’90 nu weer regelmatig aan het opduiken is. En op vergelijkbare wijze zien we dat ‘Slava Ukraini’ in de jaren dertig, onder invloed van de Oekraïense fascistische beweging, een uitgesproken fascistische en ultranationalistische betekenis kreeg en nu zonder omkijken regelmatig openbaar en trots overal in het Westen, ook door Nederlandse politici, wordt uitgesproken.

Valentina Otmačić, wetenschapper in vredesstudies uit Kroatië, onderzoekt de lagen van geweld. Direct geweld is volgens haar het topje van de ijsberg; zichtbaar, meetbaar, nieuwswaardig. Bommen. Schoten. Slachtoffers. We zien het en vragen ons af: hoe kon dit gebeuren? Maar onder dat topje liggen altijd twee diepere lagen:

Structureel geweld: het systeem dat het voor sommige mensen structureel moeilijker maakt om hun rechten te krijgen. Daaronder zouden we ook vredesactivisten kunnen scharen. Ze komen in moeilijkheden of worden zelfs ontslagen omdat zij iets willen aankaarten. Sowieso gaat het hierbij om mensen die tot een minderheid behoren. Niet omdat de wet dit voorschrijft, maar omdat het systeem zich zo ontwikkelt en het toelaat.

Cultureel geweld: de stereotypen en vooroordelen die de ontmenselijking van de ander mogelijk maken. Als je iemand tot je aartsvijand bestempelt, kan dit zo ver gaan dat de haat die je voelt nog meer haat oproept, en dat deze haat een deugd wordt. Zo wordt de weg naar direct geweld vlak en breed.

Hoe langer de oorlogen duren, hoe moeilijker het is om zich tegen het mainstream narratief te verzetten.

Wat betekent dit voor de jeugd, de leerlingen?

Toen Rusland Oekraine binnenviel, sprak het kabinet-Rutte nog bagatelliserend over de mogelijkheid dat Nederlanders de oorlog in gestuurd zouden worden. Binnen de kortste tijd werd het narratief dat Rusland om de hoek staat om ook ons aan te vallen een premisse. En aan een premisse wordt niet getwijfeld, die hoeft geen analyse te ondergaan. Vandaag wordt niet alleen de mogelijkheid dat Nederlanders de oorlog in zouden moeten openlijk besproken, maar er wordt op allerlei manieren aan onze jeugd getrokken om het leger in te gaan. Dan lijkt het een kwestie van tijd wanneer onze kinderen, jullie leerlingen, de loopgraven in zullen moeten.

Het is een verhaal dat geleidelijk ontwikkeld is en wij zijn het in de loop van de tijd normaal gaan vinden. Zo ging het in Joegoslavië, zo gaat het altijd.

Langzaam maar zeker zijn wij geleid richting wat sinds een paar jaar geleden  ‘sneuvelbereidheid’ heet, vervolgens werd het aangevuld met ‘vrijheidsbelasting’…

Overal om ons heen lijkt dit genormaliseerd. Op hogescholen worden reservistenoefeningen georganiseerd, waar studenten studiepunten en geld toe krijgen. De Universiteit Leiden tekende al in 2022 een Memorandum of Understanding met de NAVO. Het grote debatcentrum de Balie was tot een paar maanden geleden ‘partner’ van de NAVO. Het is dan ook niet raar dat het als radicaal gezien wordt als je het over vrede wilt hebben.

En ik kan het niet genoeg benadrukken, de mediakeuze is bepalend voor waar we nu zijn. Niet alleen ondervragen onze ’objectieve’  media de regering niet, waarmee ze hun belangrijkste taak, het controleren van de macht, verwaarlozen, maar ze versimpelen oorlogsvraagstukken ook voortdurend tot heldere scheidingslijnen van ‘good guys’ en ‘bad guys.’
Vrede is echter ’rommelig.’ Het is de moeilijke weg. Vrede vereist nadenken, zoeken, constante inzet en hoop. En HOOP alleen vereist een veel complexere inzet dan HAAT, zowel van de media als van onszelf. En daar kunnen en moeten we iets aan doen.

Wij, leraren, docenten, opvoeders, hebben iets wat dat systeem niet kan wegnemen: ook wij hebben toegang tot jonge mensen op het moment dat hun wereldbeeld nog gevormd wordt. De Nieuwe Vredesbeweging beschikt over de middelen en de kennis om daarin te ondersteunen.


Het belangrijkste wat we onze kinderen kunnen leren:
Oorlog is een keuze. En vrede is dat ook.

Meer Nieuws

Vredessymposium Veiligheid anders – rapport

Vredessymposium Veiligheid anders – rapport

Morele wortels van het vredeswerk Hartelijk dank voor de uitnodiging om vanmiddag een bijdrage te leveren aan dit vredessymposium ‘Veiligheid anders’. De beweging voor vrede is juist in deze tijd van het grootste belang en is gediend bij goede en kritische...