Onvrede en on-vrede
Over de bronnen van oorlogskoorts
Als we serieus een weg naar vrede zoeken dan zullen we de bronnen van oorlogsverlangen moeten begrijpen en erkennen. Daarmee zullen de projecties in de vijandsbeelden machteloos raken en kunnen we onbelemmerd de solidariteit zoeken met andere volkeren, voormalige zogenaamde vijanden. Daarover gaat dit artikel.
Vastgelopen structuren
Het zal niemand zijn ontgaan dat de onvrede over de politiek onder de Nederlandse en vele andere volken stelselmatig is gegroeid. Onvrede vraagt om handelingen, om oplossingen. Echter, het lukt momenteel niet goed om de onvrede om te zetten in oplossingen. Dat onmachtsgevoel versterkt de onvrede.
Wat niet helpt, is dat het moeilijker is geworden om je te uiten over misstanden, zeker ook in Nederland. En als je er niet eens over mag praten raken oplossingen helemaal uit zicht. Erger dan niet mógen praten is de internalisering van de censuur die met deze onmacht gepaard gaat. Er zijn dan ook tal van voorbeelden te noemen van onrechtsituaties die we niet goed begrijpen. Om deze openlijke misstanden wordt met een boogje heen gelopen. Ze zijn er wel maar we kunnen ze niet goed duiden. Wie een misstand ervaart, komt zo gemakkelijk in een intrapsychisch conflict en dat leidt tot ongedefinieerde onderbuikgevoelens of zelfs persoonlijke verwarring. Dat laatste schept dan de ruimte om zo’n ‘lastig persoon‘ via de psychiatrie aan te pakken. Defensieklokkenluider Fred Spijkers werd slachtoffer van een poging hem tot psychiatrisch patiënt te benoemen. Gelukkig kwam die poging toen nog in de openbaarheid en werd afgewend.
Machteloosheid en onvrede
De Nederlandse psychiater Antonie Ladan beschrijft in Onmacht en oorlogsverlangen (2019) hoe het verlangen naar oorlog voort kan komen uit machteloosheid. Deze machteloosheid hangt mijns inziens samen met genoemde intrapsychische conditie. Deze mechanismes spelen zich echter niet alleen af ín mensen (waarop Ladan nogal de nadruk op legt) maar ook in en tussen instituten, en in de nationale en internationale verhoudingen. De Nederlandse politiek wordt al jaren gekenmerkt door radeloosheid en onmacht zoals bijvoorbeeld blijkt uit de toeslagenaffaire. Deze affaire hangt samen met zeer ernstige misstanden bij justitie, rechterlijke macht en jeugdzorg – die gemakkelijk onder tafel blijven, op een manier die doet vergeten dat iemand ze daaronder houdt. Er zijn meer voorbeelden van evident onrecht die we desondanks stilzwijgend laten bestaan. Ik noem er zes en kan elk voorbeeld desgewenst langer toelichten.
- 9/11. Hoe de derde toren, WTC7 op 9/11 in zijn eigen footprint stortte zonder dat daar een vliegtuig aan te pas kwam. De beelden zijn algemeen erkend en zouden moeten leiden tot een totaal wantrouwen in het overheidsnarratief over deze gebeurtenissen. Helaas wordt deze duiding nog steeds gezien als een negatieve vorm van complotdenken.
- Joris Demmink. Hoe rechtbank nummer 1 in een ‘artikel 12’ procedure constateerde dat er voldoende bewijs is om deze voormalige secretaris-generaal te vervolgen wegens pedosexueel misbruik, maar later rechtbank 2 uiteindelijk concludeerde dat er geen spoor van bewijs zou zijn. Een onmogelijke combinatie die op doorslaggevende belangen duidt.
- De jeugdzorgmisstanden. De weigering van Jeugdzorg Nederland tegenover de commissie Samson om mee te werken aan onderzoek naar seksueel misbruik, waarmee die commissie genoegen nam.
- Hugo de Jonge probeerde als wethouder van Rotterdam twee keer gedwongen voortplantingsblokkering door anticonceptie voor klanten van de jeugdzorg in te voeren. Dat beleid kennen we o.a. uit het Derde Rijk. Iets van deze dwanggerichtheid van de Jonge was terug te vinden in zijn vaccinatiebeleid.
- De Irakoorlog die op valse voorwendselen werd aangegaan.
- De georganiseerde wetsovertredingen door de rechterlijke macht. Dit is eigenlijk het belangrijkste maar ook meest miskende misstand in dit rijtje. Enerzijds is er sprake van een illegale blokkering van wettelijk vereiste openbaarmaking van rechterlijke uitspraken. Deze miljoenen, niet openbaar gemaakte, vonnissen zijn daardoor nietig terwijl er intussen wel gevolg aan werd gegeven. Ondertussen is er onder deze conditie sprake van georganiseerde discriminatie door rechters. Aangezien dit punt groot psychisch ongemak kan genereren voor wie het ziet, zou ik er meer aandacht aan willen besteden – maar dat gaat de reikwijdte van dit artikel te buiten. Onder dit artikel vindt u een aantal verwijzingen.
Ladan maakt aannemelijk dat zulke misstanden via onvrede uiteindelijk bijdragen aan on-vrede, dus oorlog. Aan die oorlogswil toegeven, en de overgebleven restjes rechtsstaat en democratie opofferen ten behoeve van oorlogsvoorbereiding (Wet Op de DefensieGereedheid) lost natuurlijk het probleem niet op. Het juiste antwoord, dat tegelijk wegvoert van oorlog, zou zijn: de misstanden serieus te onderzoeken en consequenties te verbinden aan de uitkomsten. Dát is: het verdedigen van onze democratie en rechtstaat, en wel van binnenuit, zonder één schot.
Van vijandbeelden naar vriendschap
Oorlog is volgens Ladan een middel om onze kwaadheid en machteloosheid op anderen te richten. Zo raken we ontvankelijk voor vijandsbeelden. Het verlangen naar oorlog bestaat zolang de oorlog op een afstand is, zoals nu de proxy-oorlog in Oekraïne tussen de NATO en Rusland. Komt oorlog echter dichterbij dan verdwijnt dat verlangen vaak als sneeuw voor de zon. Helaas is het meestal te laat. De vredesbeweging van de jaren tachtig was zich bewust van deze rol van vijandsbeelden, en datzelfde geldt voor de antimilitaristen (gewoonlijk socialisten) van rond 1900.
Diplomatiek handelen kan voor een deel in strijd zijn met de solidariteit tussen volkeren. Op korte termijn noodzakelijk, maar op den duur versterking van, vaak oneigenlijk, leiderschap. Dirk de Witte beschreef het in zijn klassieker ‘Het wijnglas’ zo:
Ernstig gaan de diplomaten
naar hun feestmaal en banket.
Satan heeft, aan ’t hoofd der tafel,
zich als schenker neergezet.
En hij vult dan met een grijnslach
telkenmale tot de rand
met het rode bloed der volk’ren
’t willig wijnglas in de hand.
Psychoanalyticus Ladan ruimt een belangrijke plek in voor de kunst als middel om tot inzicht te komen in onze persoonlijke motieven en daarmee bij te dragen aan de ontwikkeling van vrede. In dat kader kan volgens mij ook het lied een grote bijdrage leveren aan tot handelen leidend inzicht, vandaar dit tweede liedcitaat uit ‘Ik ben soldaat’:
“En in de strijd moet ik de moordenaar worden
Van broeders die ik geen van allen haat
Daarvoor krijg ik verminkt een ridderorde
En hongerig roep ik dan ‘ik was soldaat’ “ ( Carl Hirsch /Rooie Toon)
Doorgronde onvrede, begrepen en geaccepteerde onmacht, kan uiteindelijk ook tot vrede leiden. Accepteren is de mogelijke start van een veranderingsproces. Om met Etty Hillesum te spreken:
“……….omstandigheden, de goede en de slechte, moet men aanvaarden, wat niet belemmert dat men zijn leven er aan kan wijden de slechte te verbeteren. “
Joep Zander
Pedagoog en beeldend kunstenaar
Een aantal handige links bij dit artikel zijn hier te vinden: joepzander.nl/onvrede


