Vredessymposium Veiligheid anders – rapport

7 September 2026
Artikel
Deel dit artikel op:

Morele wortels van het vredeswerk

Hartelijk dank voor de uitnodiging om vanmiddag een bijdrage te leveren aan dit vredessymposium ‘Veiligheid anders’. De beweging voor vrede is juist in deze tijd van het grootste belang en is gediend bij goede en kritische doordenking. Zou ecoloog en vredesactivist en oud vicevoorzitter van de Raad van Kerken, Kees Nieuwerth nog geleefd hebben, dan zou hij hier waarschijnlijk nu het woord gevoerd hebben. Kees stond mede aan de basis van de werkgroep Inclusieve Veiligheid en was in de Raad een groot pleitbezorger van het document “Veiligheid Opnieuw Doordenken”.

Ik ben blij met de vraag die mij is voorgelegd om te reflecteren op de morele wortels van de inzet voor vrede. Vorige week spitste Henk Baars het thema nog een keer als volgt toe:

Het lijkt tegenwoordig wel dat oorlog het meest nastrevenswaardige is, waarom is de vrede dat niet? Op welke moraliteit zouden we terug moeten vallen? Welke tradities spelen hierin de voornaamste rol? Verschillen de morele regels te veel om effectief te zijn? Hoe bereik je dat we weer intrinsiek gemotiveerd zijn om ze in ere te herstellen?

In de vraagstelling – zo hoor ik het althans – klinkt vertwijfeling door. Oorlog meer nastrevenswaardig dan vrede? Bestaat er wel een verbindende moraliteit die ons verplicht? Kan die ons innerlijk opnieuw motiveren?

In mijn reflectie wil ik een viertal stellingen inleiden.

  1. Nederland is ogenschijnlijk een vreedzame samenleving, maar het is onrustbarend om te zien hoeveel geweld er in onze samenleving is – al zeggen de officiële cijfers van het CBS dat criminaliteit en geweldsdelicten in ons land niet toenemen, maar sinds 2010 afnemen.

Nederland staat op de 17e plaats in de Global Peace Index die de vrede in 163 landen meet. Nederland scoort goed op het gebied van sociale veiligheid en lage criminaliteitscijfers.

Toch zouden we ons zorgen moeten maken over de afnemende sociale cohesie en vergiftigde sociale verhoudingen die geweld genereren. In 2025 waren ongeveer 3 miljoen inwoners van 15 jaar of ouder slachtoffer van een of meer geweldsdelicten. Het Openbaar Ministerie registreerde ruim 9.800 verdachten van agressie en geweld tegen mensen met een publieke taak, een stijging van 8%  ten opzichte van 2024. Van dit geweld was 55% verbale agressie en 39% fysiek. Ernstige misdrijven zoals zware mishandeling of doodslag vormden 3%.

Nieuwsfeiten over geweld tegen kinderen in de jeugdzorg, femicide, geweld tegen AZC’s, homofoob geweld, islamofoob of antisemitisch geweld tegen gebedshuizen of personen, vuurwerkgeweld in voetbalstadions, drugs gerelateerd geweld, maar ook verbaal geweld op sociale media zijn iedere keer als je ze hoort schokkend en doen je vertwijfeld afvragen wat is hier aan de hand? Dit is niet een kwestie van handhaving en wet- en regelgeving, maar ook van moreel besef en beschaving. Of is gewelddadigheid überhaupt een nauwelijks te bedwingen kenmerk van menselijk bestaan? Homo homini lupus. Niet alleen in tijden van chaos, maar ook in tijden van vrede.

Van beschaving en moraal wordt wel eens gezegd dat het een dunne vernislaag is, die in tijden van rampspoed snel versleten is. Maar het omgekeerde is ook waar dat in tijden van rampspoed het goede van mensen naar boven komt en solidariteit zichtbaar wordt.

Mijn opvatting hierover is dat moreel besef met het mens-zijn ingegeven is, maar dat het ook geleerd, ontwikkeld en getraind moet worden. Waar morele waarden al dan niet ingebed in een levensbeschouwelijke traditie niet meer overgedragen, geleerd en getraind worden komt de samenleving voor grote problemen te staan.

  1. Niet gebrek aan overeenstemming tussen levensbeschouwelijke tradities over morele waarden is het probleem, maar de eenzijdige aandacht voor technologische ontwikkelingen en economisch belangen die, losgemaakt van menselijke waardigheid, moraliteit en religie de wereld noch gerechtigheid noch vrede zullen brengen.

Voor de zomer woonde ik in Den Haag een conferentie bij over het belang van Adviezen aan het Internationaal Gerechtshof inzake nucleaire bewapening, klimaatverandering en andere globale kwesties. Het Balieberaad waar de Raad van Kerken vanaf het begin lid van is, was bij de organisatie nauw betrokken.

Ik maakte daar kennis met het werk van één van de oud-rechters en vice-president van het gerechtshof afkomstig uit Sri Lanka, dr C. G. Weeramantry (1926-2017). Weeramantry heeft veel gedaan voor de versterking van de universalisering van het internationaal recht dat zijns inziens te veel stoelde op een eurocentrische basis. Om echt universeel en legitiem te zijn zou het internationaal recht de wijsheid en de morele beginselen van de wereldreligies en de culturen moeten integreren. Hij schreef hierover in 2009 een studie “Tread lightly on the Earth” waarin de complementaire betekenis van religies voor het behoud van een leefbare en vreedzame wereld zichtbaar wordt.

Ook de encycliek van paus Leo XIV “Magnifica humanitas” is hierover heel duidelijk. In de katholieke sociale leer die in de 20e eeuw steeds verder is ontwikkeld is de universele menselijke waardigheid het uitgangspunt van het sociale denken. Met de groeiende betekenis en de toepassing van AI wordt dit accent op menselijke waardigheid alleen maar belangrijker. Paus Leo stelt dat technologie en economie nooit de plaats van de menselijke waardigheid mogen innemen. De katholieke sociale leer die in de 20e eeuw geleidelijk verder is ontwikkeld is gefundeerd in het geloof dat de menselijke persoon beeld van de Drie-ene God is,  dat iedere mens deelt in dezelfde, gelijke en onvervreemdbare menselijke waardigheid en ten derde dat mensrechten de hoogste waarden vertegenwoordigen.

Vervolgens worden deze uitgangspunten langs vijf lijnen of morele principes uitgewerkt:

  • Het principe van het Bonum commune (Algemeen belang). Zonder visie op het Bonum commune is het onmogelijk om belangentegenstellingen te boven te komen. Visie op het Bonum commune is noodzakelijk om oorlog te voorkomen of te beëindigen.
  • De universele bestemming van de aardse goederen en grondstoffen. De band The Scene had in 1990 de hit “Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen”. De schaarste aan grondstoffen, mineralen, water jaagt nieuwe spanningen aan in de wereld, is een oorzaak van de groeiende ongelijkheid, van conflicten en geweld.
  • Het principe van subsidiariteit. Dit principe volgt uit de opvatting over de menselijke persoon en betekent dat mensen, families en gemeenschappen niet uitgeleverd mogen worden aan de macht van de staat of aan Techbedrijven. Subsidiariteit kunnen we ook toepassen op de inzet voor vrede. Veiligheid opnieuw doordenken vanuit onze mogelijkheden en verantwoordelijkheden als burgers is daar een voorbeeld van.
  • Het principe van solidariteit ligt in het verlengde van het principe van subsidiariteit. Zonder solidariteit vernauwt subsidiariteit zich tot groepsbelang. Solidariteit is niet alleen een belangrijk ordeningsprincipe in de samenleving (onze welvaartsstaat is er op gebaseerd), maar ook een deugd die mensen in de praktijk moeten waarmaken en volhouden.
  • Het principe van sociale gerechtigheid. Sociale gerechtigheid, schrijft paus Leo, is voor de christelijke gemeenschap een concrete manier van navolging en trouw aan het evangelie. Gesteld wordt dat sociaal onrecht niet alleen een gevolg is van verkeerde keuzes van individuen, maar ook een gevolg van structuren, culturele en economische systemen, die bijna automatisch ongelijkheid produceren. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar digitale technologie die onze visie op de werkelijkheid steeds meer aan het bepalen is en naar de miljoenen migranten en vluchtelingen die in onze wereld een veilige toevlucht zoeken, maar steeds moeilijker vinden.
  1. De vredesbeweging was in ons land een factor van betekenis in de jaren tachtig van de vorige eeuw. We leven in een andere tijd. Andere geopolitieke verhoudingen, imperiale ambities van grootmachten, autonome wapensystemen en gebrek aan respect voor internationaal en humanitair recht vragen om nieuwe doordenking van het vredeswerk.

Philip Everts (1938) was vanaf de jaren zeventig als directeur van het Interfacultair Instituut voor Internationale Studies aan de Rijksuniversiteit Leiden, lid van het Interkerkelijk Vredesberaad en lid van de Sectie Internationale Zaken van de Raad van Kerken een prominente vertegenwoordiger van de vredesbeweging. Vorige week publiceerde zijn zoon Steven Everts (ca. 1971), sinds 2023 directeur van het Europese Instituut voor Veiligheidsstudies, een opiniebijdrage in het NRC waarin hij vanuit zijn persoonlijke geschiedenis de veranderde veiligheidssituatie in Europa beziet. In 1983 stond hij met zijn vader op het Malieveld om te demonstreren tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Vandaag pleit hij voor een daadkrachtige verdediging van Europa tegen Ruslands imperiale streven en voor een versnelling van de bewapening. Het vertrouwen dat onze wereld zich beweegt in de richting van meer vrijheid, meer democratie, meer samenwerking is weggevallen.

Wat mij opvalt in deze beschouwing is dat morele waarden helemaal geen rol spelen, er niet toe doen. Tegenover elkaar staan het Europa van de regels, proportionaliteit en risicomijding enerzijds en het imperiale streven van een grootmacht anderzijds. Europa deed er volgens Everts heel goed aan een dam op te werpen tegen de Russische agressie, maar blijft halfslachtig en traag opereren alsof het de nieuwe werkelijkheid niet onderkent. Leidend voor de jonge Everts is de les van de Britse econoom John Maynard Keynes: ‘als de feiten veranderen, verander ik van mening.’

Voor vredesactivisten van toen en van nu  blijven – ik kan het me niet anders voorstellen – morele waarden van eminent belang. Ik denk hier ook aan Edy Korthals Altes – oud-diplomaat en vredesactivist die juist vanuit morele principes zich durfde uitspreken en moedige keuzes durfde maken en daaraan vasthield.

Ook het recht op verdediging tegen tirannie, repressie, bezetting of genocide stoelt op het morele principe dat iedere mens gelijk in waarde is en dat mensenrechten vandaag de hoogste waarden vertegenwoordigen, zoals paus Leo in zijn encycliek stelt.

Maar niet alleen vredesactivisten putten uit morele principes. Staatssecretaris Derk Boswijk was enkele weken geleden in Oekraïne en onder de indruk van het Oekraïense vermogen zich te verdedigen. Tegelijkertijd schrok hij, zo zei hij in een interview met het Nederlands Dagblad, van de toenemende betekenis van autonome wapensystemen in de oorlogvoering en het doden van de vijand. Wordt hiermee, zo vroeg Boswijk, niet een morele grens overschreden? Inmiddels hebben ook secretaris generaal Antonio Guterres van de VN en Mirjana Spoljaric van het Rode Kruis alarm geslagen over deze gevaarlijke ontwikkeling. Zij stellen dat aan autonome wapensystemen die zonder menselijk toezicht opereren beperkingen moeten worden opgelegd.

Eens ben ik met Steven Everts dat de tijden radicaal veranderd zijn en dat we niet kunnen teren op oude antwoorden. Meer dan ooit is beraad nodig over de waarden die onze wereld leefbaar houden en hoe het respect daarvoor in internationale verhoudingen kan worden bevorderd. Ook daar ligt een taak juist voor Europa en voor de kerken in Europa.

  1. Een onvervreemdbare opdracht van de kerken is om het visioen van gerechtigheid en vrede levend te houden. De Bergrede is een onuitputtelijke bron van hoop, kracht en troost door alle tijden heen.

U kent het gezegde “De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens”. Alleen goede intenties of mooie woorden over vrede betekenen nog niet veel. Als mooie plannen niet worden uitgevoerd, beloftes niet worden nagekomen, kunnen de resultaten negatief uitpakken. Op de weg van vrede zijn daadkracht en volharding onontbeerlijk.

Aan de vooravond van de NATO-top vorig jaar in Den Haag, was ik op 22 juni in de Houtrustkerk bij de dienst voor vrede. Ik raakte daar in gesprek met Siewert Haverhoek die de uitgave van Lev Tolstoj Leven dood aanprees. Ik houd van Russische schrijvers, ook van Tolstoj, maar deze uitgave kende ik niet. In het afgelopen jaar heb ik dagelijks de teksten die Tolstoj over mens en God uit allerlei bronnen heeft verzameld gelezen. Leerzaam en inspirerend.

Lev Tolstoj (1828-1910) is één van grondleggers van het pacifisme van de 20e eeuw dat door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog een grote impuls kreeg. Tolstoj heeft velen geïnspireerd zoals Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Ook de Remonstrantse theoloog G.J. Heering, auteur van de Zondeval van het christendom, was diepgaand beïnvloed door Tolstoj.

De Bergrede van Jezus in het Matteüsevangelie is de belangrijkste bron van Tolstojs radicale pacifisme en van zijn kritiek op iedere vorm van staatsgodsdienst en religieuze legitimering van geweld. Het bracht hem in conflict met de Orthodoxe Kerk van zijn tijd waar hij uit verstoten werd.

Kerken, maar ook vredesbewegingen worstelen met de vraag of geweld onder alle omstandigheden moet worden afgewezen. Bij de Raad van Kerken proberen we de verschillende denkwijzen daarover bij elkaar te brengen en niet tegen elkaar uit te spelen. Persoonlijk heb ik diep respect voor ieder die de radicale keuze maakt voor de weg van geweldloosheid. Daar zijn vandaag grote en moedige voorbeelden van zoals Daoud Nassar die bij de Tent of Nations leeft vanuit het principe “We refuse to be enemies”.

Het bijzondere en uiterst kostbare van de evangelische inzet voor gerechtigheid en vrede, geïnspireerd door de Bergrede, is dat deze gevoed wordt en leeft uit de verwachting dat door alle stormen van de tijden de dag van Gods koninkrijk zal aanbreken waarin liefde, recht en vrede in overvloed zullen zijn. Vanuit die verwachting en in die hoop zijn wij als christen geroepen te leven.

“Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden” (Mat. 5,9)

Geert van Dartel

Den Haag, 5 juni 2026

Weerbare democratie

[Vraagstelling Henk: Wat zou je omschrijven als een weerbare democratie? Acht je de Nederlandse samenleving voldoende weerbaar. Wat zou die weerbaarheid moeten zijn? Is het woord wel goed gekozen of gaat het om iets anders? Wat kan je zelf eraan doen?]

Definitie weerbare democratie:

Een weerbare democratie is een democratie die zichzelf beschermt tegen krachten die haar van binnenuit proberen te ondermijnen of af te schaffen. Het kernidee is dat een democratie niet zo tolerant mag zijn dat zij haar eigen vernietiging toestaat. [Bron: Nederland Rechtstaat]

Dit concept rust op de gedachte dat democratie méér is dan alleen de meerderheid van de stemmen tellen. Een democratisch gekozen leider of partij heeft niet het recht om de democratie of de rechtsstaat te vernietigen.

En hier gaat het mis in Nederland.

  1. Zo kennen wij geen grondwettelijk hof wat betekent dat wij geen constitutionele toetsing door de rechter hebben. Artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter wetten die door de Eerste en Tweede Kamer zijn aangenomen, niet mag toetsen aan de Grondwet. Hierdoor ontstaat meteen het risico dat een kwaadwillende politieke meerderheid een wet kan aannemen die de democratie ondermijnt (bijvoorbeeld door de oppositie te dwarsbomen). Dit kan dan vervolgens niet ongrondwettelijk worden verklaard door een rechter. We zouden hier een voorbeeld kunnen nemen aan Duitsland. Zij hebben het Bundesverfassungsgericht, opgericht in 1951. Om te zorgen dat de geschiedenis zich niet herhaalt. Dit behoeft geen toelichting neem ik aan. Het hof heeft altijd uitstekend gewerkt. Echter ook dit hof staat momenteel onder druk door de veranderen politieke verhoudingen.
  1. De grondwet is vrij eenvoudig te wijzigen

Om de Nederlandse Grondwet te veranderen is een tweederdemeerderheid in de Eerste en Tweede Kamer nodig, na tussentijdse verkiezingen. Dit is een drempel, maar historisch en internationaal gezien is onze Grondwet vrij flexibel. Er zijn geen “eeuwigheidsclausules” zoals in Duitsland, waar bepaalde democratische kernprincipes (zoals de menselijke waardigheid en de democratische staatsvorm) grondwettelijk nooit mogen worden afgeschaft, zelfs niet met een 100% meerderheid. In Nederland kan alles in de Grondwet theoretisch worden gewijzigd als de politieke meerderheid groot genoeg is.

  1. Salami-tactiek

Politicologen wijzen erop dat moderne democratieën zelden sneuvelen door een gewelddadige staatsgreep, maar eerder door legale uithollingsprocessen (zoals we hebben gezien in landen als Hongarije). Een antidemocratische regering kan de democratie vernietigen zonder de Grondwet direct te schenden:

  • Rechtspraak: Rechters worden niet ontslagen, maar de politiek benoemt voortaan alleen nog maar partijgetrouwe rechters.
  • Media: De publieke omroep wordt financieel drooggelegd of onder directe curatele van de overheid gesteld.
  • Kiesstelsel: Kiesdistricten of kiesregels worden subtiel veranderd in het voordeel van de zittende macht

Gelukkig kunnen we stellen dat deze salami-tactieken in Nederland dan weer moeilijker toe te passen zijn. Rechters worden immers voorgedragen door de rechterlijke macht en zelden door de politiek afgewezen. Onze media is kwetsbaarder echter we zien, dat het stelsel toch tamelijk robuust is het wordt beschermd door een sterk juridisch kader, onafhankelijk toezicht en het unieke karakter van de publieke omroep. En veranderen van kiesdistricten is hier niet aan de orde evenals het aanpassen van kiesregels.

 

Weerbare samenleving

Maar een weerbare democratie kan niet zonder een weerbare samenleving en vice versa. En ook daar zie ik een groot probleem. Mensen moeten vertrouwen kunnen hebben in het functioneren van de democratie. En dat vertrouwen is historisch laag. Nog maar 19% heeft vertrouwen in de Tweede Kamer, 15% in de regering, 12% in politieke partijen (peiling CBS onder inwoners). Dit is dramatisch en schreeuwt om actie.

Tot zover de meer technische uiteenzetting van de stand van zaken in Nederland.

Fatsoen

Als ik mijzelf dan de vraag stel hoe dit zou kunnen worden verbeterd dan zou ik in mijn wereld willen inzetten op tolerantie, de vrijheid van meningsuiting voor andersdenkenden, en respect voor minderheden. En nu hoor ik bepaalde mensen roepen dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is. Dat je alles mag zeggen. Ik bestrijd dat. Ooit zocht ik naar een definitie waar ik mij prettig bij kon voelen. Ik hoorde toen Hans Teeuwen een heldere definitie formuleren die bij mij bleef plakken. Hij zei: “de vrijheid van meningsuiting stopt waar geweld begint”. Als rechtgeaarde ICT-er vond ik in eerste instantie deze definitie klip en klaar. Helder en overzichtelijk. Totdat ik er eens echt mijn gedachten over liet gaan. Ik ontdekte toen vrij snel dat deze definitie helemaal niet werkt. Er is ook nog zoiets als fatsoen. Ik geef als voorbeeld Edwin Wagensveld die korans verbrand. Hij mag dat doen, maar het is onnodig kwetsend.  Ik zou willen, dat er fatsoensnormen worden gemaakt met elkaar dat we inhoudelijk het debat met elkaar aangaan. Dat mag pittig maar het moet gaan om een onderwerp en het mag nooit op de persoon of tegen personen zijn gericht. Dat we afspreken, dat we dit soort gedrag niet tolereren. En ik geloof echt, dat iedereen in staat is om dit te begrijpen en te voelen. Het verschil tussen een goed debat en treiterij.

Desinformatie

Dan met stip wil ik een weerbare samenleving die bestand is tegen desinformatie. We leven in een informatie overload tijdperk waar elke ‘waarheid’ online te vinden is. En waar politici naar hartenlust mogen liegen, en daar nog mee wegkomen ook. En ook de media spelen maar wat graag doorgeefluik zonder te (willen) toetsen of de waarheid wordt gediend. Er zouden mechanismen moeten komen, die hierop toezien en die mogen ingrijpen. In dat kader vind ik het initiatief in Wales interessant waarbij een wet is aangenomen die het voorliegen van kiezers tijdens de verkiezingsperiode strafbaar stelt. In Wales geldt dat alleen voor de verkiezingsperiode vooralsnog. Ik zou ook iets dergelijks willen in de eerste en de tweede kamer. Zou het niet rechtvaardig zijn als Dilan Yesilgüz wordt verwijderd door haar leugen over nareis op nareis?

En natuurlijk zie ik graag veel meer verplichte, eerlijke, geschiedenislessen voor journalisten in spé. Het is stuitend om artikelen te moeten lezen, die gespeend zijn van enig historisch perspectief.

Vertrouwen

 We horen en lezen verhalen over ambtenaren, die moeten meewerken aan beleid dat indruist tegen hun normen en waarden. Dit leidt tot Instellingen, die niet te vertrouwen zijn. Waar regels worden gehanteerd die ondoorzichtig of zelfs illegaal zijn. Ik denk dan met name aan de toeslagenaffaire.  Juist terwijl instellingen, door hun macht ten opzichte van de burger, uiterste terughoudendheid moeten betrachten en de burger het voordeel van de twijfel moeten geven. De burger is immers tamelijk weerloos. Wat mij betreft moet de menselijke maat weer worden teruggebracht in de complexiteit waar de burger mee wordt geconfronteerd. In dat kader geef ik als voorbeeld de situatie in de gemeente Tilburg. Hier is Ralf Embrechts werkzaam. Hij is een bekende maatschappelijk vernieuwer uit Tilburg. Hij is directeur van de stichting MOM (Maatschappelijke Ontwikkelingsmaatschappij). Hij strijdt al jarenlang tegen armoede en bureaucratie. Samen met het Sociaal Hospitaal / IPW zet hij zich in om vastgelopen burgers via maatwerk en de ‘Doorbraakmethode’ écht te helpen door de systeemwereld te doorbreken. Hij kan dat doen door casussen voor te leggen bij de gemeente, die een doorbraak vereisen.

Maatschappelijk middenveld

Sterke vakbonden, onafhankelijke journalistiek, kerken, sportverenigingen en burgerinitiatieven vormen een buffer. Zij organiseren het protest en de tegenmacht als de politiek ontspoort. Het spreekt vanzelf dat Nederland blijft inzetten op het versterken ervan. Hier ontstaat de cohesie tussen burgers. Ik zou graag zien, dat burger coöperaties sterker worden ondersteund om veel vraagstukken zo decentraal mogelijk op te kunnen lossen. Uiteindelijk weten  burgers ‘op de vloer’ het beste wat goed voor hen is.

Dit klinkt als socialisme of een sociocratisch bestuurssysteem. En wat mij betreft is het dat ook. Het neemt burgers serieus op plekken waar de provinciale of rijksoverheid grote steken laat vallen. Mooie voorbeelden in deze zijn energiecoöperaties en voedselcoöperaties. Dit kan natuurlijk ook voor onderwijs, woningbouw, gezondheidszorg enzovoort.

Bestaanszekerheid

Als je aan het einde van je geld nog een stukje maand overhoudt dan heb je stress. Als je stress hebt is de kans op het nemen van domme beslissingen erg groot. Het verzamelen en verwerken van goede informatie wordt bijna onmogelijk. Laat staan dat je verstandig kunt kiezen tijdens de verkiezingen. Dat is psychologie van de koude grond. In nederland hebben 1,7 miljoen mensen geen of nauwelijks bestaanszekerheid (bron: CBS, SCP en Nibud). Los van het feit dat het een schande is schaadt dit ook onze democratie. Mensen, die moeten overleven, haken sneller af. Dit bevoordeelt de stemmers, die wél comfortabel leven waardoor hun invloed onevenredig groot is. En we weten dat onvrede stemmers naar de flanken jaagt, waardoor consensus moeilijker wordt en beleid extremer en gevaarlijker. Daarom zou er een veel eerlijkere verdeling van welvaart moeten komen. Wellicht zelfs invoering van het basisinkomen (wat wereldwijd al met succes is getest op diverse plekken). Kijk naar een land als Noorwegen, waar de belastingdruk hoog is maar de basisvoorzieningen voor alle burgers excellent en vaak gratis is.

Weren van niet democratische politieke partijen

Tot slot iets wat ik al jaren als een gotspe ervaar. In het Nederlands democratisch bestel bestaat het dat er twee partijen zijn die zélf intern NIET democratisch zijn. Dat zijn de PVV, wat slechts uit twee leden bestaat namelijk Geert Wilders en de stichting Groep Wilders waarvan Geert Wilders de enige bestuurder is en die geen ledenraad kent en FvD, die wél een ledenvergadering heeft maar waar in de statuten is geregeld dat de partijtop (het bestuur onder leiding van Thierry Baudet) nagenoeg absolute macht heeft. Wat mij betreft komt er een volledig verbod op dit soort partijen om deze eenvoudige reden. Ik zie dit dan ook als een essentiële fout in de Wet op de Politieke Partijen en zie graag spoedige aanpassing ervan. Stel je eens voor hoeveel ellende dat Nederland had bespaard waar het vertrouwen en fatsoen betreft.

 

Samenvatting

Samenvattend durf ik te stellen dat Nederland een onvoldoende weerbare democratie heeft. In dit verhaal pleit ik dan ook voor om een aantal evidente fouten in onze wetgeving te repareren en daarbij met name te leren van onze buurlanden. Ik denk dan met name aan het oprichten van een constitutioneel hof en bepalingen in de grondwet opnemen, die eeuwigdurend zijn, Zoals de menselijke waardigheid en de democratische staatsvorm.

Daarnaast moeten we inzetten op een weerbare samenleving, die ook vooral in de eigen kracht wordt gezet. Daarbij heb ik oplossingen aangedragen om het vertrouwen te herstellen, de wet op de politieke partijen aan te passen, te zorgen voor bestaanszekerheid, het terugbrengen van fatsoen in ons gedrag en ons debat, te zorgen voor inperking van desinformatie en tenslotte te zorgen voor versterking en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld.

Meer Nieuws

BAK – verslag van het overleg met belangstellenden op 23/6

BAK – verslag van het overleg met belangstellenden op 23/6

Burgerinitiatief Amerikaanse Kernkoppen BAK – verslag van het overleg met belangstellenden op 23/6 Binnen Vrouwen&Duurzame Vrede Haaglanden ontstond het idee om iets te doen tegen de Amerikaanse kernkoppen die sinds de jaren zestig bij Vliegbasis Volkel liggen. De...